Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 9 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:26426Zaaknummer NL26.20359

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
9 september 2026
Publicatiedatum
11 september 2026
Zaaknummer
NL26.20359
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin plakvovo. Vovo afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Overwegingen
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.20359

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

geboren op [geboortedatum],

van Eswatinische nationaliteit,

V-nummer: [v-nummer:]

(gemachtigde: mr. N. Imminga),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Bij besluit van 10 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.

1.1.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.[_83c376d8-cbc3-46b0-9aac-aeac1763e478] Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb[_3aef1e44-2efb-445b-b2f5-ff625ed45b32] uitspraak zonder zitting.

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.20358, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.