Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:25541Zaaknummer C/09/709089 / JE RK 26-1230

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Publicatiedatum
15 september 2026
Zaaknummer
C/09/709089 / JE RK 26-1230
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 4 september 2026;

5.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van mr. J.C. van den Dries op 2 september 2026 om 12:45 uur;

5.4.

vraagt de griffier tegen voormelde zitting op te roepen;

- de gecertificeerde instelling;

- de moeder;

- de vader;

- mr. C. Ekholm

- mr. N.M. Zeeman;

- [minderjarige 1] en [minderjarige 2], voor een kindgesprek.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/709089 / JE RK 26-1230

Datum uitspraak: 4 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

- [minderjarige 1]geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1], [geboorteland],

hierna te noemen: [minderjarige 1],

- [minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats 2], [geboorteland],

hierna te noemen: [minderjarige 2],

hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. C. Ekholm uit Leiden,

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats],

advocaat mr. N.M. Zeeman uit Zoetermeer.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • [naam], namens de gecertificeerde instelling;
  • de moeder met haar advocaat en bijgestaan door een tolk;
  • de vader met zijn advocaat.
1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. De kinderen hebben geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

2.3.

De kinderrechter in de rechtbank Rotterdam heeft bij beschikking van 5 februari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 16 augustus 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft ter zitting vastgesteld dat er geen fysieke tolk in de Arabische taal voor de vader aanwezig is. Het is voor de vader niet mogelijk ten gevolge van doofheid om de zitting te volgen via een telefonische tolk. De kinderechter is van oordeel dat de vader een zwaarwegend belang heeft dat hij ter zitting zijn mening volledig naar voren kan brengen en kan begrijpen wat iedereen zegt, hetgeen zonder fysieke tolk niet mogelijk is.

4.2.

Nu de huidige ondertoezichtstelling tot 16 augustus 2026 loopt en het niet mogelijk is het verzoek, voor die tijd opnieuw op zitting te behandelen, vindt de kinderrechter het noodzakelijk nu deels te beslissen op het verzoek. Vooralsnog is voldoende gebleken dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde gronden voor een ondertoezichtstelling aanwezig zijn. De ondertoezichtstelling zal daarom voor een korte periode, te weten tot 4 september 2026, worden verlengd en voor het overige worden aangehouden.

4.3.

Ter zitting is besproken dat de mondelinge behandeling van het resterende deel van het verzoek op 2 september 2026 om 12:45 uur zal worden behandeld.

4.4.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.[_8e12a46a-7da6-43c6-b301-35da58abeb9d]

4.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 4 september 2026;

5.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van mr. J.C. van den Dries op 2 september 2026 om 12:45 uur;

5.4.

vraagt de griffier tegen voormelde zitting op te roepen;

- de gecertificeerde instelling;

- de moeder;

- de vader;

- mr. C. Ekholm

- mr. N.M. Zeeman;

- [minderjarige 1] en [minderjarige 2], voor een kindgesprek.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.