Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:24691Zaaknummer C/09/695169 / FA RK 25-8916
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Publicatiedatum
- 10 september 2026
- Zaaknummer
- C/09/695169 / FA RK 25-8916
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Overeenstemming. IPR.
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1992 in [plaats 1], [land];
*
bepaalt dat de vrouw huurster zal zijn van de woning aan het adres [adres 1] in [plaats 2], met ingang van de dag waarop deze beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
*
bepaalt dat de man huurder zal zijn van de woning aan het adres [adres 2] in [plaats 3], met ingang van de dag waarop deze beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
*
stelt de (wijze van) verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
- bepaalt dat de auto van het merk Ford aan de man wordt toegedeeld;
- bepaalt dat de vrouw de bankrekening op haar naam voortzet en het saldo behoudt, de man de bankrekening op zijn naam voortzet en het saldo behoudt, zonder verrekening van de saldi;
- bepaalt dat partijen de inboedel in onderling overleg bij helfte zullen verdelen;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 juli 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8916
Zaaknummer: C/09/695169
Datum beschikking: 30 juli 2026
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 20 november 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B. Beekman in Noordwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.J. Vroegindewij in Katwijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de brief van 15 december 2025, met bijlagen, van de vrouw;
- het verweerschrift;
- het F9-formulier van 24 december 2025, met bijlagen, van de vrouw;
- het F9-formulier van 28 april 2026, met bijlagen, van de vrouw;
- het F9-formulier van 28 april 2026, met bijlagen, van de man;
- het F9-formulier van 24 juni 2026, van de man;
- het F9-formulier van 25 juni 2026, van de vrouw.
Bij F9-formulier van 28 april 2026 en F9-formulier van 25 juni 2026 hebben de man en de vrouw verzocht de zaak op de stukken af te doen.
Feiten
- De man en de vrouw zijn volgens de Basisregistratie Personen gehuwd op [datum] 1992 in [plaats 1], [land] en hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek
De vrouw verzoekt – na intrekking van haar verzoek ten aanzien van de partneralimentatie – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- te bepalen dat het huurrecht van de woning gelegen aan de [adres 1] in [plaats 2] aan vrouw wordt toegekend;
- te bepalen dat het huurrecht van de woning gelegen aan de [adres 2] in [plaats 3] aan de man wordt toegekend;
- te bepalen dat de auto van het merk Ford aan de man wordt toegedeeld;
- te bepalen dat ieder van partijen de op eigen naam staande bankrekening toegedeeld krijgt;
- te bepalen dat de inboedel in onderling overleg tussen partijen zal worden verdeeld.
De man heeft ingestemd met de verzoeken van de vrouw. Hij verzoekt zelfstandig:
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- te bepalen dat het huurrecht van de woning te [plaats 3] aan de [adres 2] wordt toebedeeld aan de man.
Beoordeling
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, heeft de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding.
De rechtbank zal op grond van artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht en zij verzoekt om de echtscheiding tussen hen uit te spreken. De man verzoekt ook om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Tussen partijen staat daarmee vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
De rechtbank zal het verzoek tot echtscheiding daarom als op de wet gegrond toewijzen.
Huurrecht woning [adres 1] in [plaats 2]
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de echtelijke woning in Nederland is gelegen, heeft de Nederlandse rechter op grond
van artikel 4 lid 3 aanhef en sub a Rv rechtsmacht om te beslissen op het verzoek over het huurrecht. De rechtbank zal op dit verzoek volgens Nederlands internationaal privaatrecht Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw om het huurrecht van de woning in [plaats 2] aan haar toe te delen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Huurrecht woning [adres 2] in [plaats 3]
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de echtelijke woning in Nederland is gelegen, heeft de Nederlandse rechter op grond
van artikel 4 lid 3 aanhef en sub a Rv rechtsmacht om te beslissen op het verzoek over het huurrecht. De rechtbank zal op dit verzoek volgens Nederlands internationaal privaatrecht Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw om het huurrecht van de woning in [plaats 3] aan de man toe te delen. De man heeft eveneens zelf verzocht om het huurrecht van de woning in [plaats 3] aan hem toe te delen. De rechtbank zal deze verzoeken dan ook als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Verdeling huwelijksgemeenschap
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot verdeling van de gemeenschap.
Nu het huwelijk is gesloten na 1 september 1992 en vóór 29 januari 2019, is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 (het Verdrag) van toepassing op het huwelijksvermogensregime van partijen.
Niet gesteld of gebleken is dat partijen een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht. Ten tijde van de huwelijkssluiting hadden partijen de Iraanse nationaliteit. Blijkens het uittreksel uit de BRP heeft de man zich op 11 februari 2013 in Nederland ingeschreven en de vrouw op 8 januari 2015. Het huwelijksvermogensregime werd krachtens artikel 4, tweede lid onder 2 sub b, van dit verdrag beheerst door het Iraanse recht, nu de echtgenoten kennelijk hun eerste gewone verblijfplaats na de huwelijkssluiting hebben gevestigd in [land] en zij op dat moment allebei de Iraanse nationaliteit hadden.
Nadien heeft zich de situatie voorgedaan zoals omschreven in artikel 7 lid 2 sub 1 van het Verdrag. Partijen hebben in 2021 de Nederlandse nationaliteit verkregen, waardoor vanaf dat moment Nederlands recht op het huwelijksvermogensregime van toepassing is geworden. Dit betekent dat in de periode van 15 oktober 1992 tot 2021 Iraans recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime en dat vanaf 2021 Nederlands recht van toepassing is geworden op het huwelijksvermogensregime. Dit wordt het ‘wagonstelsel’ genoemd. Het Nederlands recht beheerst alleen de goederen die de echtgenoten ná de wijziging, dus na 2021, hebben verkregen. De eerder verkregen goederen blijven vallen onder het recht waaronder zij zijn verkregen, het Iraanse recht.
Iraans recht
Het huwelijksgoederenregime naar Iraans recht houdt in een algehele uitsluiting van iedere gemeenschap. Er is sprake van een stelsel van scheiding van goederen.
Nederlands recht
De vrouw en de man zijn in 1992 gehuwd. Het Nederlandse recht is vanaf 2021 van toepassing. Sinds 1 januari 2018 geldt in Nederland de beperkte gemeenschap van goederen. Bij de verdeling van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen moet als uitgangspunt worden genomen dat de echtgenoten in gelijke mate delen in de baten van de beperkte gemeenschap, terwijl ieder de lasten van de beperkte gemeenschap voor de helft moet dragen. De rechtbank overweegt dat voor de omvang/samenstelling van de gemeenschap als peildatum 20 november 2025, de datum van indiening van het verzoek tot echtscheiding, geldt. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling.
Inhoudelijke beoordeling
Omvang huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn het erover eens dat de huwelijksgoederengemeenschap naar Nederlands recht de volgende bestanddelen omvat:
- de auto (Ford);
- de bankrekeningen;
- de inboedel.
Ad. a. de auto (Ford)
Partijen zijn het er over eens dat de auto (Ford) aan de man kan worden toegedeeld, zonder verrekening. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Ad. b. de bankrekeningen
Partijen zijn het er over eens dat ieder van partijen de op eigen naam staande bankrekening behoudt, zonder verrekening van de saldi. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Ad. c. de inboedel
Partijen zijn ook overeengekomen de inboedel in onderling overleg bij helfte te verdelen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1992 in [plaats 1], [land];
*
bepaalt dat de vrouw huurster zal zijn van de woning aan het adres [adres 1] in [plaats 2], met ingang van de dag waarop deze beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
*
bepaalt dat de man huurder zal zijn van de woning aan het adres [adres 2] in [plaats 3], met ingang van de dag waarop deze beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
*
stelt de (wijze van) verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
- bepaalt dat de auto van het merk Ford aan de man wordt toegedeeld;
- bepaalt dat de vrouw de bankrekening op haar naam voortzet en het saldo behoudt, de man de bankrekening op zijn naam voortzet en het saldo behoudt, zonder verrekening van de saldi;
- bepaalt dat partijen de inboedel in onderling overleg bij helfte zullen verdelen;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 juli 2026. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.