Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 29 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:24639Zaaknummer C/09/708054 / FA RK 26-6571
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 29 juli 2026
- Publicatiedatum
- 10 september 2026
- Zaaknummer
- C/09/708054 / FA RK 26-6571
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Toewijzing verzoeken vervangende toestemming vakantie en aanvraag reisdocumenten over en weer. Aanhouding verzoek tot wijziging zorgregeling.
De rechtbank:
*
verleent aan de moeder toestemming, welke die van de vader vervangt, om in de periode van 14 augustus tot en met 28 augustus 2026 met de minderjarige [de minderjarige], geboren op
[geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats], naar [plaats] (Marokko) te reizen;
*
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – en verleent toestemming aan de vader – welke toestemming die van de moeder vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument voor [de minderjarige];
*
wijst af het verzoek van de vader om te bepalen dat beide partijen hun medewerking moeten verlenen aan de afspraak bij de gemeente op 27 juli 2026 ten behoeve van en ter uitvoering van de verlenging van de ID-kaart en het paspoort van [de minderjarige];
*
bepaalt dat:
- de totale kosten voor het paspoort en de ID-kaart van [de minderjarige] door de ouders bij helfte worden gedeeld;
- het paspoort van [de minderjarige] in beheer is bij de moeder en dat de ID-kaart van [de minderjarige] in beheer is bij de vader;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskosten aan tot een nader te bepalen zitting.
| Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 juli 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-6571
Zaaknummer: C/09/708054
Datum beschikking: 29 juli 2026
Vervangende toestemming vakantie, paspoortwet en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 26 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Cortet in Utrecht.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M. Wigman in Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
- het bericht van 2 juli 2026, met bijlage, namens de moeder;
- het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken en met bijlagen, namens de vader, ingekomen op 17 juli 2026.
Op 22 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en tolk Z. Hamidi, en de vader met zijn advocaat.
Feiten
- De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2013 tot [datum 2] 2022.
- Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats].
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- Bij beschikking van 30 november 2021 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en is bepaald dat [de minderjarige]:
- de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;
- in het kader van de vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij de moeder zal zijn: wekelijks van woensdag uit school tot vrijdag naar school, en om het weekend van vrijdag uit school tot maandag naar school;
- in de zomervakantie in de oneven jaren week 1, 2 en 3 bij de moeder en week 4, 5 en 6 bij de vader is, en in de even jaren week 1, 2 en 3 bij de vader en week 4, 5 en 6 bij de moeder is.
- Bij beschikking van 11 augustus 2022 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – toestemming aan de moeder verleend, welke de toestemming van de vader vervangt, om met [de minderjarige] van 12 augustus 2022 tot en met 18 augustus 2022 op vakantie te gaan naar Marokko.
- Bij beschikking van 9 mei 2023 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – bepaald dat:
- de vakanties beginnen op vrijdag uit school en dat het wisselmoment in vakanties die langer duren dan één week op vrijdag om 15.00 uur is;
- tijdens een vakantie bij de ene ouder [de minderjarige] minimaal tweemaal per week telefonisch contact heeft met de andere ouder.
- De moeder heeft de Marokkaanse nationaliteit. De vader heeft de Nederlandse nationaliteit. [de minderjarige] heeft in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt de rechtbank:
- de moeder vervangende toestemming te verlenen om met [de minderjarige] op vakantie te gaan naar [plaats], Marokko, in de periode van 14 augustus 2026 tot en met
28 augustus 2026,
- de moeder vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van een paspoort voor [de minderjarige];
- de vader te veroordelen in de proceskosten,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de vader zelfstandig dat:
- beide partijen hun medewerking verlenen aan de afspraak bij de gemeente op 27 juli
2026 ten behoeve van en ter uitvoering van de verlenging van de ID-kaart en het paspoort van [de minderjarige];
- de man de kosten van de verlenging van de ID-kaart voor zijn rekening neemt en de ID-kaart in beheer houdt/heeft, en dat de vrouw de kosten voor de verlenging van het paspoort voor haar rekening neemt en het paspoort in beheer houdt/heeft;
- de verdeling van de zorg, met wijziging van de beschikking van 30 november 2021, na de zomervakantie van 2026 (dus per 28 augustus 2026) althans per datum beschikking
wordt gewijzigd, in die zin dat [de minderjarige] in de ene week bij de vader verblijft en de andere week bij de moeder, waarbij het wisselmoment op vrijdag uit school of bij de ouder om 13.00 uur is,
met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Vervangende toestemming vakantie
Artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank is er niet in geslaagd partijen te verenigen. De rechtbank neemt hierom een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De moeder stelt dat zij de vader heeft bericht dat zij in de zomervakantie met [de minderjarige] naar [plaats] in Marokko wenst te reizen om daar familie te bezoeken. Zij heeft het benodigde toestemmingsformulier ingevuld en toegestuurd, maar de vader heeft dit niet ondertekend. Volgens de moeder gebruikt de vader zijn toestemming kennelijk als pressiemiddel in de discussie over de zorgregeling.
De vader geeft aan dat [de minderjarige] zelf niet op vakantie met de moeder naar Marokko wil. Ook geeft de vader aan dat [de minderjarige] met de vakantie van twee weken veel langer bij de moeder is dan normaal op basis van de zorgregeling het geval is. Volgens de vader wordt er geen uitvoering gegeven aan de vastgestelde co-ouderschapsregeling.
De rechtbank acht de vakantie met de moeder naar familie in Marokko in het belang van [de minderjarige]. Daarbij overweegt de rechtbank dat een vakantie van twee weken niet ongebruikelijk is voor een kind van deze leeftijd, ook niet gezien de vastgestelde dan wel volgens de vader uitgevoerde zorgregeling. Volgens de vader is er weerstand bij [de minderjarige] tegen de vakantie, maar de vader heeft op de zitting toegezegd de beschikking te zullen nakomen. De rechtbank vertrouwt erop dat de vader [de minderjarige] in positieve zin zal stimuleren voor de vakantie. Aangezien de rechtbank van verdere bezwaren tegen de vakantie niet is gebleken, zal zij de moeder de verzochte vervangende toestemming verlenen.
Vervangende toestemming paspoort
Op grond van artikel 34 lid 1 van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Volgens het tweede lid van voormeld artikel kan, als bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een dergelijke verklaring van toestemming af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Op grond van het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Het paspoort van [de minderjarige] is tot eind dit jaar geldig. De moeder stelt dat [de minderjarige] voor de vakantie naar Marokko over een geldig paspoort moet beschikken dat bij aankomst in Marokko nog minstens zes maanden geldig is, wat nu niet het geval is. De vader geeft aan dat hij een afspraak bij de gemeente Gouda heeft gemaakt voor de verlenging van zowel de ID-kaart als het paspoort van [de minderjarige]. Die afspraak staat gepland op 27 juli 2026. De moeder heeft er geen vertrouwen in dat de vader deze afspraak zal nakomen.
De rechtbank gaat ervan uit dat de afspraak op 27 juli 2026 door is gegaan, mede gelet op de toezegging van de vader hiertoe op de zitting. Voor het geval dat dit om welke reden dan ook niet is gebeurd, verleent de rechtbank vervangende toestemming om alsnog het paspoort en de ID-kaart van [de minderjarige] te verlengen. Het verzoek van de vader om te bepalen dat beide partijen hun medewerking verlenen aan de afspraak bij de gemeente op 27 juli 2026 zal de rechtbank afwijzen omdat die datum inmiddels in het verleden ligt.
Verder is gebleken dat in het verleden de moeder het paspoort van [de minderjarige] in beheer had en de vader de ID-kaart van [de minderjarige]. De rechtbank zal dat daarom ook zo vaststellen. Daarnaast zal de rechtbank in redelijkheid vaststellen dat de totale kosten van het paspoort en de ID-kaart van [de minderjarige] tussen de ouders bij helfte worden gedeeld.
Wijziging verdeling zorg- en opvoedingstaken
De vader heeft bij zijn verweer zelfstandig verzocht om de zorgregeling voor [de minderjarige] te wijzigen. Aangezien de moeder op de zitting heeft aangegeven hier niet mee in te stemmen en gelet op de korte termijn van het zelfstandige verzoek tot aan de zitting, zal de rechtbank de beslissing met betrekking tot de zorgregeling aanhouden tot een nader te bepalen zitting.
Proceskosten
Nu de rechtbank de beslissing ten aanzien van de zorgregeling zal aanhouden, zal de rechtbank ook de beslissing over de proceskosten aanhouden.
Beslissing
De rechtbank:
*
verleent aan de moeder toestemming, welke die van de vader vervangt, om in de periode van 14 augustus tot en met 28 augustus 2026 met de minderjarige [de minderjarige], geboren op
[geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats], naar [plaats] (Marokko) te reizen;
*
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – en verleent toestemming aan de vader – welke toestemming die van de moeder vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument voor [de minderjarige];
*
wijst af het verzoek van de vader om te bepalen dat beide partijen hun medewerking moeten verlenen aan de afspraak bij de gemeente op 27 juli 2026 ten behoeve van en ter uitvoering van de verlenging van de ID-kaart en het paspoort van [de minderjarige];
*
bepaalt dat:
- de totale kosten voor het paspoort en de ID-kaart van [de minderjarige] door de ouders bij helfte worden gedeeld;
- het paspoort van [de minderjarige] in beheer is bij de moeder en dat de ID-kaart van [de minderjarige] in beheer is bij de vader;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskosten aan tot een nader te bepalen zitting.
| Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 juli 2026. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.