Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 25 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:24355Zaaknummer NL26.47727

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25 augustus 2026
Publicatiedatum
28 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.47727
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzetmeniet, vovo, toegewezen

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat de minister wordt verboden verzoeker naar Frankrijk over te dragen totdat op het verzet is beslist;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.C. van der Vegt, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL26.47727

V-nummer: [V nummer]

uitspraak van voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1982, van Nigeriaanse nationaliteit, verzoeker

(gemachtigde: mr. C.M.E. Schreinemacher),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

1. Bij besluit van 7 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.[_e5cd45f4-5744-43f8-8c32-69b606d44c56]

1.1.

Op 17 juli 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het door verzoeker daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.[_907ee2c6-8125-49d1-a441-014eed11ef10]

1.2.

Verzoeker heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld en verzocht om op een zitting te worden gehoord. Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet wordt overgedragen aan Franrijk totdat op het verzet is beslist.

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb[_c1c3d016-cf49-4887-8071-8e2b71f4234a]uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

3. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

4. Op 21 augustus 2026 heeft de minister de voorzieningenrechter laten weten dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.

5. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen als kennelijk gegrond en de overdracht te verbieden tot op het verzet is beslist.

6. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze proceskosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Bpb[_2886fe1d-158b-4d67-8bde-61499e278c68] voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,-

(1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt € 934,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat de minister wordt verboden verzoeker naar Frankrijk over te dragen totdat op het verzet is beslist;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.C. van der Vegt, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.