Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 18 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:23254Zaaknummer NL26.44255

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 augustus 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.44255
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo toegewezen. Minister verzet zich niet

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek toe;
  • treft de voorlopige voorziening dat de minister aan verzoeker een verblijfssticker moet verlenen met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met tewerkstellingsvergunning’;
  • bepaalt dat de minister het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;
  • veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hayas, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], geboren op [geboortedag] 2002, met de Chinese nationaliteit, verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL26.44255

V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], geboren op [geboortedag] 2002, met de Chinese nationaliteit, verzoeker

(gemachtigde: mr. S. Mooij),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. D. Gigengack).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker, dat ertoe strekt de minister op te dragen hem een verblijfssticker te verlenen waarop staat dat het verrichten van arbeid als zelfstandige zonder tewerkstellingsvergunning is toegestaan hangende zijn aanvraag tot wijziging van zijn verblijfsvergunning naar het doel ‘arbeid als zelfstandig kunstenaar’.

1.1.

Verzoeker heeft op 24 juni 2026 een aanvraag ingediend om zijn verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel ‘zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ te wijzigen naar het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandig kunstenaar’. Op 10 juli 2026 heeft de minister bij verzoeker een verblijfssticker in zijn paspoort geplaatst waarop de volgende arbeidsmarktaantekening wordt vermeld: ‘arbeid wel toegestaan, tewerkstellingsvergunning wel vereist’.

1.2.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze arbeidsmarktaantekening. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt de minister op te dragen hem een verblijfssticker te verlenen met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met tewerkstellingsvergunning’, zodat hij tijdens zijn aanvraag tot wijziging van zijn verblijfsvergunning als zelfstandige mag werken zonder tewerkstellingsvergunning.

1.3.

De minister heeft bij brief van 14 augustus 2026 aan de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.

1.4.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan hangende een bezwaarprocedure de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3. Nu de minister zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen als kennelijk gegrond.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is kennelijk gegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat de minister aan verzoeker een verblijfssticker moet verlenen met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met tewerkstellingsvergunning’.

5. Omdat het verzoek wordt toegewezen, moet de minister het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarnaast krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. De minister moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). Die punt heeft een waarde van € 934,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 934,-. Als aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet de minister de proceskostenvergoeding betalen aan de gemachtigde van verzoeker.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek toe;
  • treft de voorlopige voorziening dat de minister aan verzoeker een verblijfssticker moet verlenen met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met tewerkstellingsvergunning’;
  • bepaalt dat de minister het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;
  • veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hayas, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.