Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 13 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:22687Zaaknummer AWB 26-12992

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13 augustus 2026
Publicatiedatum
13 augustus 2026
Zaaknummer
AWB 26-12992
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo. Beëindiging COa verstrekkingen. Geen spoedeisend belang, omdat aan verzoeker vervangende opvang is geboden. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hem voorzieningen worden onthouden. Afstandsverklaring. Vovo afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. Dijkstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam] , verzoeker
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/12992

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 augustus 2026 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa

(gemachtigde: I. Hunting).

Procesverloop

1. Bij besluit van 3 augustus 2026 heeft het COa de Rva[_9b69c801-a5d0-415f-bcbb-3d460c8e3329]-verstrekkingen van verzoeker voor een periode van twee weken opgeschort en hem voor deze periode een locatieverbod opgelegd.

1.1.

Verzoeker heeft hiertegen op 4 augustus 2026 beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

Op 10 augustus 2026 heeft verzoeker het verzoekschrift nader onderbouwd.

1.3.

Op 12 augustus 2026 heeft het COa een verweerschrift ingediend.

1.4.

De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.[_9142c261-0391-46aa-8409-4dff711bd7af]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter beoordeelt in een voorlopige voorzieningsprocedure hangende beroep of sprake is van een spoedeisend belang en of het beroep van verzoeker redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter geeft daarbij een voorlopig oordeel over de zaak. Als deze zaak in beroep wordt voorgelegd aan de rechtbank, hoeft de rechtbank het oordeel van de voorzieningenrechter niet te volgen.

Is sprake van een spoedeisend belang?

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

4. Verzoeker voert aan dat hij kampt met psychische problematiek. Door het inhouden van de Rva-verstrekkingen, waardoor hij zich niet op het terrein van het AZC Utrecht Overvecht mag begeven, kan verzoeker geen gebruik maken van de medische voorzieningen. Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter te bepalen dat hij zijn opvangvoorzieningen van het COa zal behouden.

5. De voorzieningenrechter ziet vooralsnog geen aanleiding om spoedeisend belang aan te nemen, omdat aan verzoeker opvang is geboden in het AZC Leersum.[_ed83ebb4-43ec-4e90-9acf-8113860ec5c3] Daar wordt voorzien in onderdak en maaltijden in natura. Ook blijven de zorgverzekering en de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering doorlopen.[_861aa610-1bab-46de-9944-2740de7d6f18] Anders dan verzoeker aanvoert, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hem voorzieningen worden onthouden. Dat verzoeker middels een afstandsverklaring heeft aangegeven dat hij niet wenst te verblijven op de aangeboden time-out locatie, doet aan voorgaande niet af. In het verweerschrift geeft het COa bovendien aan dat uit het COa Maatregelenbeleid volgt dat wanneer een asielzoeker zelf in zijn onderdak voorziet, hij het recht op eetgeld behoudt[_4c1a2e67-508d-47f6-84ef-cd34c4d4d8b2] en dat verzoeker nog steeds een afspraak kan maken met een GZA op locatie. Bij deze beoordeling neemt de voorzieningenrechter nog mee dat verzoeker zonder opvang door het COa ook aanspraak kan blijven maken op medisch noodzakelijke zorg op grond van artikel 10, tweede lid, van de Vw[_55b787c9-6a91-4894-9c20-5acc16882a53].

6. Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. Dijkstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.