Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 10 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:22386Zaaknummer NL26.43956

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 augustus 2026
Publicatiedatum
10 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.43956
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep tegen de ophouding, geen gronden, geen ambtshalve toetsing, beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 10 augustus 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.43956

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. S.F.H. Pols).

Procesverloop

Op 28 juli 2026 is eiser op grond van artikel 50, derde lid van de Vw 2000[_579a0b30-29f8-475c-b349-f8f37b5935ae] overgenomen en opgehouden, aansluitend op een strafrechtelijke heenzending (het bestreden besluit). Op 28 juli 2026 om 20:35 is de vrijheidsbeneming opgeheven.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Eiser heeft zich akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Hij heeft op 5 augustus 2026 de gronden van beroep ingediend. Verweerder heeft op 10 augustus 2026 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het onderzoek op 10 augustus 2026 gesloten.

Overwegingen

Toetsingskader

1. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden.[_0993b536-0723-40c2-b4a3-0b7e4e020658] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk verklaren.[_68abc93c-29aa-49b1-b392-236580f2b548]

Heeft eiser de gronden tijdig vermeld?

2. Eiser heeft in het beroepschrift geen gronden ingediend en meegedeeld dat hij de gronden later zal indienen. Eiser is bij brief van 4 augustus 2026 nader in de gelegenheid gesteld om de gronden van beroep uiterlijk 6 augustus 2026 kenbaar te maken. De gemachtigde van eiseres heeft in zijn bericht van 5 augustus 2026 de rechtbank bericht dat hij geen gronden heeft ten aanzien van de staandehouding en ophouding. De rechtbank stelt daarom vast dat eiser geen gronden heeft ingediend en dat dit verzuim niet verontschuldigbaar is.

Is de rechtbank gehouden om de ophouding ambtshalve te toetsen?

3. Artikel 8:69 van de Awb schrijft voor dat de rechtbank uitspraak doet aan de hand van de beroepsgronden. De rechtbank is op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 gehouden ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van een maatregel van bewaring te toetsen. Hier gaat het echter niet om een maatregel van bewaring, die overigens niet is opgelegd, maar een ophouding en deze is daar ook niet aan gelijk te stellen. Omdat eiser geen beroepsgronden heeft ingediend, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

4. Het beroep is niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 10 augustus 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.