Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 30 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:21319Zaaknummer C/09/694912 / FA RK 25-8772

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/694912 / FA RK 25-8772
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gezag

De rechtbank:

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarigen:

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1], Polen;

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2].

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Gezag
  2. Procedure
  3. Verzoek en verweer
  4. Feiten
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-8772

Zaaknummer: C/09/694912

Datum beschikking: 30 juni 2026

Gezag

Beschikking op het op 18 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.M. Kooij te Noordwijkerhout.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het aanvullende verzoekschrift van de zijde van de vrouw;
  • het F9-formulier van de zijde van de vrouw van 4 december 2025 met bijlagen.

Op 2 juni 2026 is de zaak op zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:

  • haar met ingang van de datum van de beschikking alleen met het gezag te belasten over de minderjarige kinderen;
  • bij niet of niet tijdige toewijzing van voormeld verzoek haar vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarige kinderen in de periode van 17 juli 2026 tot en met 10 augustus op autovakantie te gaan naar Gdánsk (Polen).

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 9 juli 2016 tot 6 december 2024.

- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1], Polen;

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2].

- De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

- De ouders oefenen naar Pools recht het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] uit. Op grond van artikel 16, lid 3 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 blijft ouderlijk gezag bestaan na verplaatsing van de verblijfplaats van het kind naar een andere staat.

- De ouders oefenen naar Pools en ook naar Nederlands recht het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 2] uit.

- Beide ouders hebben de Poolse nationaliteit.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 2 juli 2024 is – voor zover hier van belang –aan de moeder vervangende toestemming verleend, welke toestemming die van de vader vervangt, om de minderjarige kinderen met zich mee te nemen op vakantie naar Polen, in de periode van 24 juli 2024 tot en met 4 augustus 2024;

- Bij beschikking van deze rechtbank van 8 augustus 2024 is – voor zover hier van belang –bepaald dat de minderjarige kinderen de hoofdverblijfplaats hebben bij de moeder en is tevens een zorgregeling bepaald, waarbij de kinderen elke zondagmiddag van 15.00 uur tot 19.00 uur bij de vader zijn.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de ouders en de kinderen de Poolse nationaliteit bezitten, draagt deze zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag moet worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.

Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek van de moeder.

Gezag

Juridisch kader

Het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen. Volgens artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat is ontstaan tijdens hun huwelijk beëindigen, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van lid 2 van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a lid 1 BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Ontvankelijkheid

De rechtbank is gebleken dat er sinds 24 oktober 2024 geen contact meer is geweest tussen de vader en de kinderen, waardoor de rechtbank concludeert dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De moeder is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

De moeder verzoekt haar alleen met het ouderlijk gezag te belasten over [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] (Polen) en [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2]. Zij stelt dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De moeder voert aan dat zij voor de zomervakantie van 2024 een procedure heeft moeten voeren om vervangende toestemming te verkrijgen. De kinderen hebben hun vader voor het laatst gezien op 24 oktober 2024. Er is ook via Whatsapp nauwelijks contact tussen de vader en de kinderen. Feitelijk draagt moeder de zorg alleen en geeft vader geen uitvoering aan zijn gezag. Hij is onbereikbaar voor haar. Tegelijkertijd moet zij vader nog aldoor betrekken bij de beslissingen die zij over de kinderen wil nemen. Dit staat haar steeds meer tegen en vindt zij niet in het belang van de kinderen. Het is volgens de moeder niet langer houdbaar dat partijen gezamenlijk gezag hebben. Volgens de moeder brengt handhaving van het gezamenlijk gezag het gevaar met zich mee dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. Dit maakt dat de moeder wenst de gezagsbeslissingen over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voortaan alleen te kunnen nemen.

De vader heeft geen verweer gevoerd.

De Raad heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat zij het in het belang van de kinderen acht dat de moeder alleen met het gezag wordt belast over de minderjarige kinderen. De moeder kan geen beslissingen nemen met een vader die afwezig is en niet weet wat in het leven van de kinderen speelt.

De rechtbank overweegt als volgt. Onweersproken is gesteld dat de vader de kinderen sinds oktober 2024 niet meer heeft gezien en dat de vader op geen enkele manier betrokken is bij hun verzorging en opvoeding. De vader is uit beeld geraakt en is niet bereikbaar voor moeder. Overleg over praktische zaken met betrekking tot de kinderen is daardoor voor de moeder onmogelijk. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is het de rechtbank gebleken dat dit niet binnen een afzienbare termijn zal veranderen. Een en ander ziet de rechtbank bevestigd in het niet verschijnen van de vader in deze procedure. Er bestaat een groot risico dat de kinderen klem en verloren raken tussen beide ouders. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] noodzakelijk dat de moeder alleen met het gezag wordt belast over hen. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe. De moeder heeft verzocht haar met ingang van de datum van de beschikking alleen met het gezag te belasten over de minderjarige kinderen, zodat de rechtbank de beschikking uitvoerbaar bij voorraad zal verklaren.

Vervangende toestemming vakantie

Juridisch kader

Op grond van het eerste lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hierover op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Inhoudelijke beoordeling

Nu de rechtbank de moeder met het eenhoofdig gezag zal belasten, heeft zij de toestemming van de vader niet meer nodig om met de kinderen op vakantie te gaan. De rechtbank zal het verzoek van de moeder dan ook afwijzen wegens een gebrek aan belang.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarigen:

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1], Polen;

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2].

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.