Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 5 februari 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:2052Zaaknummer NL25.53035 en NL25.53037

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
NL25.53035 en NL25.53037
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Plakvovo, Dublin België, proceskostenveroordeling wegens uitkomst beroepszaak.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], V-nummer: [V-nummer 1], verzoeker
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.53035 en NL25.53037

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer 1], verzoeker

[verzoekster], V-nummer: [V-nummer 2], verzoekster

mede namens hun minderjarige kinderen:

[kind 1], [kind 2] en [kind 3]

hierna gezamenlijk: verzoekers

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. H. van Halteren).

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 29 oktober 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen omdat België daarvoor verantwoordelijk is.

Verzoekers hebben afzonderlijk beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.53034 en NL25.53036, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De verzoeken worden daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.

2. In de uitkomst van de beroepen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 934, bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld). De verzoeken van verzoekers worden aangemerkt als samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van het Bpb.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 934.

Deze uitspraak is gedaan op 5 februari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.