Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 22 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:20452Zaaknummer C/09/693497 / FA RK 25-8008

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
11 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/693497 / FA RK 25-8008
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wijziging gezag: toewijzing eenhoofdig gezag. Referte.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 13 juli 2023 –:

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 4] 1990, het gezag zal toekomen over de minderjarigen:

  • [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1];
  • [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2];
  • [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats 2];

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 juni 2026.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Gezag
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-8008

Zaaknummer: C/09/693497

Datum beschikking 22 juni 2026

Gezag

Beschikking op het op 23 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. Erkens te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F.G.T. Meershoek te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • de referteverklaring van de vader;
  • het bericht van 5 juni 2026 van de zijde van de moeder.

Op 8 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de advocaat van de vader;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1];

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2];

- [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats 2].

- De kinderen verblijven bij de moeder.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 12 augustus 2022 zijn de kinderen voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Bij beschikking van 11 augustus 2023 is deze ondertoezichtstelling verlengd tot 12 augustus 2024.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 13 juli 2023 is – voor zover hier van belang – bepaald dat de ouders gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 19 december 2024 zijn de ouders doorverwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling/Parallel Solo Ouderschap en Omgangsbegeleiding en is een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] bij de vader zijn in de even weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt bij de moeder.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank om, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en te bepalen dat het ouderlijk gezag over de kinderen voortaan alleen aan de moeder toekomt. Zij doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden zijn gewijzigd sinds de beschikking van 13 juli 2023.

De vader voert geen verweer tegen het verzoek en heeft middels zijn advocaat een referteverklaring overgelegd.

Beoordeling

Juridisch kader

De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd ingeval er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Beoordeling

Op zitting is gebleken dat beide ouders hebben geconstateerd dat het hen niet is gelukt om gezamenlijk uitvoering te geven aan het gezag, omdat zij niet in staat zijn om constructief met elkaar te communiceren over de kinderen. De ingezette hulpverlening heeft niet tot verbetering geleid. De vader heeft een stap teruggedaan en zich gerefereerd aan het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag te beëindigen. Ook heeft hij zich, om rust voor de kinderen en zichzelf te creëren, teruggetrokken uit het leven van de kinderen.

De rechtbank stelt dan ook vast dat de situatie is veranderd ten opzichte van 2023. Het lukt de ouders niet om op constructieve wijze met elkaar te communiceren en om in het belang van de kinderen met elkaar te overleggen dan wel afspraken te maken over (gezagsbeslissingen ten aanzien van) de kinderen. Dat levert op verschillende leefgebieden moeilijkheden en praktische problemen op, bijvoorbeeld ten aanzien van het aanvragen van reisdocumenten, het verkrijgen van toestemming voor vakantie naar het buitenland en het inzetten van ondersteuning voor de kinderen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen en het gezamenlijk gezag beëindigen.

Brief voor [de minderjarige 1]

De kinderrechter heeft tijdens het kindgesprek met [de minderjarige 1] afgesproken om hem een brief te sturen om de beslissing van de rechtbank aan hem uit te leggen. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke boodschap [de minderjarige 1] heeft ontvangen.

Beste [de minderjarige 1],

Op 4 juni 2026 ben je bij de rechtbank geweest om met mij te praten. Je vertelde mij dat je het heel fijn hebt thuis, met je moeder, je stiefvader, je broertje en je zusje. Dat vond ik fijn om te horen. Ik vond het ook leuk om na ons gesprek te zien dat je een grote knuffel kreeg van je broertje omdat hij zo trots op je was.

We hebben ook gepraat over je vader. Je ziet hem al een tijdje niet meer. Dat geeft je rust. Je merkt wel af en toe dat er gedoe is tussen je ouders, als je vader ergens toestemming voor moet geven.

Ik heb later ook met je moeder, haar advocaat en de advocaat van je vader gepraat. We hebben het toen gehad over wie de beslissingen over jou en je broertje en zusje mag nemen. De afgelopen jaren moesten je ouders dat samen doen, maar dat gaat niet goed. Je ouders merken ook dat het niet goed gaat. Ze hebben geprobeerd om dat te veranderen, maar dat is niet gelukt. Daarom heb ik besloten dat je moeder alle beslissingen vanaf nu alleen mag nemen. Ze hoeft dus niet meer met je vader te overleggen.

Ik vond het leuk om met je te praten en ik vond dat je heel duidelijk hebt verteld wat voor jou belangrijk is. Ik wens je veel succes in de derde klas en hoop dat je een leuke stageplek vindt volgend jaar. Maar eerst natuurlijk heel veel plezier op vakantie!

Met vriendelijke groet,

De kinderrechter

BeslissingDe rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 13 juli 2023 –:

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 4] 1990, het gezag zal toekomen over de minderjarigen:

  • [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1];
  • [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2];
  • [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats 2];

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 juni 2026.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.