Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 9 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:19131Zaaknummer NL26.37961

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
NL26.37961
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening hangende verzet, uitspraak op verzet, vovo afgewezen.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.37961

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Bij uitspraak van 23 maart 2026 van deze rechtbank en zittingsplaats heeft de bestuursrechter het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag kennelijk ongegrond verklaard.[_53fde3d0-58f8-4071-9a59-c1fae8262fee]

Verzoeker heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 8 juli 2026, zaaknummer NL25.55994, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het verzet. Het verzet is ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 9 juli 2026 door mr. W.H. Bel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.