Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 2 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18076Zaaknummer C/09/702584 / KG ZA 26-350
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 2 juni 2026
- Publicatiedatum
- 21 juli 2026
- Zaaknummer
- C/09/702584 / KG ZA 26-350
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kort geding nakoming kinderalimentatie. Geen spoedeisend belang. Partijen naar mediation.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst de vorderingen van de vrouw af;
verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator om te trachten hun geschil ten aanzien van de kinderalimentatie door middel van mediation tot een oplossing te brengen;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Witteman en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026
SB
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/702584 / KG ZA 26-350
Vonnis in kort geding van 2 juni 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
eiseres,
advocaat mr. R.W. van den Hoek te Leiden.
tegen:
[gedaagde],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
gedaagde.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de moeder’ en ‘de vader’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de door de vader overgelegde producties, ingekomen op 18 mei 2026;
- de aanvullende productie van de moeder, ingekomen op 18 mei 2026.
De vader heeft voorafgaand aan de zitting een aantal stukken ingediend.
Tijdens de zitting op 19 mei 2026 is vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
Zij zijn de ouders van:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats].
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
3 Het geschil
De moeder vordert – zakelijk weergegeven –:
- te bepalen dat de vader de tussen partijen gesloten overeenkomst, inhoudende dat de vader maandelijks een bijdrage aan kinderalimentatie van € 1.000,- aan de moeder zal betalen, dient na te komen door betaling op een door de moeder aan te wijzen bankrekening;
- te bepalen dat de vader als voorschot aan de moeder moet voldoen een bedrag van € 5.000,-, zijnde de door hem verschuldigde kinderalimentatie over de periode november 2025 tot en met maart 2026;
een en ander voor zover mogelijk uit met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. Bij het beëindigen van de relatie van partijen in augustus 2024 zijn zij onder andere via Whatsapp overeengekomen dat de vader maandelijks € 1.000,- aan de moeder betaalt in het kader van kinderalimentatie. De vader betaalt dit bedrag sinds november 2025 niet meer. Ondanks een sommering weigert de vader de openstaande betalingen te voldoen. De moeder mist hierdoor financiële middelen die noodzakelijk zijn voor het levensonderhoud van hun gezamenlijke kinderen, zodat de moeder een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.
De vader voert verweer en heeft op de zitting gesteld dat tussen partijen geen bindende afspraak tot stand is gekomen over een kinderbijdrage van € 1.000,- per maand. Het was destijds enkel een mededeling vanuit hem. Inmiddels is zijn inkomen fors gedaald en hij kan de bijdrage niet meer voldoen. Er moet een berekening worden gemaakt van wat elk van partijen in de kosten van de kinderen kunnen dragen, maar een kort geding is daarvoor niet de passende weg, aldus de vader.
4 De beoordeling van het geschil
Spoedeisend belang
Op grond van artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) is de voorzieningenrechter bevoegd om een voorziening te geven in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening vereist is.
De moeder heeft gesteld dat zij een spoedeisend belang heeft, omdat de vader de kinderalimentatie niet langer betaalt. Zij mist hierdoor de middelen om in het onderhoud van de kinderen te voorzien. Hoewel de vader erkent dat hij door een verminderd inkomen op dit moment geen bijdrage betaalt, is door de moeder niet gesteld of onderbouwd dat dit leidt tot een acute, financiële noodsituatie aan haar zijde. Dit had wel op haar weg gelegen. De voorzieningenrechter heeft geen enkel beeld van de kosten van de kinderen en de financiële situatie van de moeder. Nog daargelaten of tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, zoals de moeder stelt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vordering van de moeder wegens een gebrek aan spoedeisend belang niet-ontvankelijk is.
Mediation
Op de zitting is met partijen gesproken over een oplossing voor de langere termijn. Daarbij is ook met hen gesproken over de optie van mediation om hun geschil op te lossen. Naast kinderalimentatie kunnen in mediation ook andere onderwerpen, zoals het contact tussen de vader en de kinderen en de onderlinge communicatie aan de orde komen. Beide partijen hebben op de zitting ingestemd met een mediationtraject.
Gelet op de inhoud van de procedure en het karakter van het kort geding, zal de rechtbank de zaak niet aanhouden in afwachting van de uitkomst van de mediation.
Proceskosten
In de omstandigheid dat het gaat om een familierechtelijke procedure, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst de vorderingen van de vrouw af;
verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator om te trachten hun geschil ten aanzien van de kinderalimentatie door middel van mediation tot een oplossing te brengen;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Witteman en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026
SB
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.