Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 23 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:17125Zaaknummer NL26.29358
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 juni 2026
- Publicatiedatum
- 25 juni 2026
- Zaaknummer
- NL26.29358
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vovo toegewezen. Verweerder verzet zich niet
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- treft de voorlopige voorziening dat de minister aan verzoekster een verblijfssticker moet verlenen met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met tewerkstellingsvergunning’; en,
- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hayas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.29358
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster],
geboren op [geboortedag] 2001, met de Egyptische nationaliteit, verzoekster
(gemachtigde: mr. S.F. Helbing),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. F.H. van Zanden).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. Het verzoek strekt ertoe de minister op te dragen haar een verblijfssticker te verlenen waarop staat dat het verrichten van arbeid als zelfstandige zonder tewerkstellingsvergunning is toegestaan hangende haar aanvraag tot wijziging van haar verblijfsvergunning naar het doel ‘arbeid als zelfstandige’.
Verzoekster heeft op 17 januari 2026 een aanvraag ingediend om haar verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel ‘zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ te wijzigen naar het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’. Op 28 april 2026 heeft de minister bij verzoekster een verblijfssticker in haar paspoort geplaatst waarop de volgende arbeidsmarktaantekening wordt vermeld: ‘arbeid wel toegestaan, tewerkstellingsvergunning wel vereist’.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen deze arbeidsmarktaantekening. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt de minister op te dragen haar een verblijfssticker te verlenen met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige, arbeid in loondienst alleen toegestaan met tewerkstellingsvergunning’, zodat zij tijdens haar aanvraag tot wijziging van haar verblijfsvergunning als zelfstandige mag werken zonder tewerkstellingsvergunning.
De minister heeft bij brief van 16 juni 2026 aan de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan hangende een bezwaarprocedure de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Nu de minister zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen als kennelijk gegrond.
Conclusie en gevolgen
4. Het verzoek is kennelijk gegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat de minister aan verzoekster een verblijfssticker moet verlenen met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met tewerkstellingsvergunning’.
5. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. De minister moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). Die punt heeft een waarde van € 934,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 934,-. Als aan verzoekster een toevoeging is verleend, moet de minister de proceskostenvergoeding betalen aan de gemachtigde van verzoekster.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- treft de voorlopige voorziening dat de minister aan verzoekster een verblijfssticker moet verlenen met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met tewerkstellingsvergunning’; en,
- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hayas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.