Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 16 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:16570Zaaknummer NL26.31449

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
NL26.31449
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervolgberoep bewaring - beroep ongegrond.

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr.B. Göbel, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], v-nummer: [nummer], eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.31449

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

1. Bij beluit van 11 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

1.1.

De minister heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 van de bewaring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

1.2.

De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring eerder getoetst bij uitspraak van 31 maart 2026.[_17280dfb-c865-408d-bb93-122f8a0f039e]

1.3.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

1.4.

De rechtbank heeft het vooronderzoek op 12 juni 2026 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.[_6774b098-394b-476f-b737-33219c1b46d6]

2.1.

Uit de uitspraak van 31 maart 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 24 maart 2026) rechtmatig is.

Heeft de minister voldoende voortvarend gehandeld?

3. Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Hiertoe voert eiser aan dat de minister ten onrechte volstaat met een algemeen, niet gepersonaliseerd rappel. Een algemeen rappel kan daarom niet als een uitzettingshandeling worden gezien.

3.1.

Het betoog van eiser slaagt niet. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat de minister op 2 april 2026, 23 april 2026 en laatstelijk op 15 mei 2026 schriftelijk heeft gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten op de status van de aanvraag om een laissez-passer (lp). Verder heeft de minister op 20 april 2026 en op 21 mei 2026 vertrekgesprekken gevoerd met eiser. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de rappels die de minister heeft verstuurd. Het voortgangsrapport staat immers op naam van eiser. De rechtbank gaat er daarom van uit dat zowel de door de minister gevoerde vertrekgesprekken als de verstuurde rappels betrekking hebben op eiser. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

4. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens verder geen grond om te komen tot het oordeel dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig is geweest.[_e6375d14-a094-4183-87d1-1894e48e72e3]

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr.B. Göbel, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.