Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 27 januari 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:1449Zaaknummer NL25.63371

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
NL25.63371
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Spoedvovo. Verweerder verzet zich niet tegen toewijzing. Verzoek toegewezen. Overdracht opgeschort totdat op beroep is beslist.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.63371

V-nummers: [V-nummer 1], [V-nummer 2], [V-nummer 3] en [V-nummer 4]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster 1], verzoekster 1,

mede namens haar minderjarige kinderen

[verzoekster 2], verzoekster 2,

[verzoekster 3], verzoekster 3,

[verzoekster 4], verzoekster 4,

hierna gezamenlijk: verzoeksters,

(gemachtigde: mr. A. Heida),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).

Procesverloop

Bij besluit van 23 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeksters niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.[_0cbe5703-e97a-4b07-a8ef-9b18e3c6b1b6]

Verzoeksters hebben tegen het bestreden besluit beroep (NL25.63379) ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb[_e9ffc10f-6b29-460d-a45e-2e7113e01945] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat vereist, gelet op de betrokken belangen.

2. In de omstandigheid dat verweerder heeft meegedeeld zich niet te verzetten tegen de door verzoeksters gevraagde voorlopige voorziening, ziet de voorzieningenrechter voldoende aanleiding om het verzoek op hierna te melden wijze als kennelijk gegrond toe te wijzen.

3. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeksters gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeksters niet mogen worden overgedragen aan Frankrijk totdat is beslist op het beroep (NL25.63370); en
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 934 (negenhonderdenvierendertig euro).

Deze uitspraak is gedaan op 27 januari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.