Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 23 april 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:13341Zaaknummer C/09/684269 / FA RK 25-3136

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/09/684269 / FA RK 25-3136
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toekenning eenhoofdig gezag.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Gezag en gezagsuitoefening
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. BeslissingDe rechtbank:

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-3136

Zaaknummer: C/09/684269

Datum beschikking: 23 april 2026

Gezag en gezagsuitoefening

Beschikking op het op 24 april 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.G. de Jong in ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

met een briefadres in Nederland.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vrouw;
  • het bericht van de vader van 16 maart 2026;
  • het bericht van de vader van 19 maart 2026;
  • het bericht, met bijlagen, namens de moeder van 12 maart 2026;

Op 26 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, de moeder met haar advocaat en tolk Anna Polac en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • De vader en de moeder zijn gehuwd geweest.
  • Het huwelijk van de ouders is ontbonden op [datum] 2024.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:

- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] in [geboorteplaats 1].

  • [de minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
  • De ouders en [de minderjarige] hebben de Poolse nationaliteit

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank:

  • primair, te bepalen dat de moeder eenhoofdig met het gezag over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2018, wordt belast;
  • subsidiair, aan de moeder vervangende toestemming te verlenen om het paspoort van [de minderjarige] te verlengen;

De vader heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Aangezien [de minderjarige] haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken.

Gezag

De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan dus worden beëindigd als a) er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is.

De moeder wil voortaan alleen belast worden met het gezag over [de minderjarige]. Volgens de moeder handelt de vader regelmatig in strijd met het belang van [de minderjarige]. De vader verleent geen toestemming voor het verlengen van [de minderjarige] ’s paspoort. Eerder heeft vader ook misbruik van het gezag gemaakt toen hij pas toestemming voor een vakantie gaf nadat de moeder een procedure vervangende toestemming was gestart. Daarnaast is er slecht contact tussen de ouders. De vader stuurt de moeder soms meer dan dertig berichten per dag, waardoor de moeder genoodzaakt is de vader te blokkeren. De moeder verwacht niet dat hier verbetering in zal komen.

Op de zitting heeft de vader aangegeven dat hij samen met de moeder het gezag over [de minderjarige] wil blijven uitoefenen. Hij vindt het belangrijk dat de ouders samenwerken en gezamenlijk tot een beslissing komen.

De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is echter wel vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die het kind aangaan en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans dat zij in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen. Gelet op de voorgeschiedenis van de ouders zijn de ouders naar het oordeel van de rechtbank hiertoe niet in staat. Uit de stukken en uit dat wat op de zitting met de ouders is besproken, is de rechtbank gebleken dat de communicatie tussen de ouders al jaren ernstig is verstoord. Gebleken is dat het meermaals is voorgekomen dat gezagsbeslissingen niet of te laat worden genomen. Dit blijkt onder meer uit het feit dat de moeder pas toestemming van de vader kreeg voor het aanvragen van een nieuw paspoort voor [de minderjarige] na negen maanden, vele mails en een gestarte procedure tot vervangende toestemming,. Het is de rechtbank voldoende duidelijk geworden dat de huidige situatie niet in het belang van [de minderjarige] is. De rechtbank zal het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] te belasten toewijzen.

Zoals op de zitting ook met de ouders is besproken staat deze wijziging van gezag niet in de weg aan de omgang tussen [de minderjarige] en de vader. Ondanks dat de vader in Polen woont is het contact tussen de vader en [de minderjarige] via videobellen goed. De vader heeft tijdens de zitting complimenten gekregen over de speelse manier waar op hij het contact met [de minderjarige] vorm weet te geven. De rechtbank benadrukt dat een wijziging in het gezag de omgang niet belemmert en juist zelfs kan bevorderen doordat de stress bij de moeder vermindert.

Vervangende toestemming

Omdat de rechtbank het primaire verzoek van de moeder zal toewijzen, heeft zij geen belang meer bij haar subsidiaire verzoek. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.

BeslissingDe rechtbank:

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 2] 1980 in [geboorteplaats 2] in [land], het gezag zal toekomen over de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1].

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 april 2026. De griffier is buiten staan deze beschikking te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.