Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 3 juni 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:9771Zaaknummer NL25.23214

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
3 juni 2025
Publicatiedatum
3 juni 2025
Zaaknummer
NL25.23214
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Herziening
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om herziening. Verzoek afgewezen. De rechtbank ziet in wat verzoeker heeft aangevoerd geen feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.23214

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

Geboren op [geboortedatum],

Van Marokkaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. J. van Bennekom),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

1.1.

Bij brief van 9 mei 2025 heeft eiser verzocht om herziening van de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 9 mei 2025 in de zaak met zaaknummer NL25.18700.

1.2.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:119, tweede lid, van de Awb, in samenhang met artikel 8:54 van de Awb[_48f09cf2-22e9-4692-a5e8-ebba7aecf7c9], uitspraak zonder het houden van een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om de uitspraak van 9 mei 2025 te herzien omdat de uitspraak berust op een dwaling in de feiten.

2. Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de bestuursrechter een uitspraak op verzoek van een partij herzien op grond van feiten of omstandigheden die (a) hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, die (b) bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn en, (c) waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

3. De rechtbank ziet in wat verzoeker heeft aangevoerd geen feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb. Verzoeker beroept zich namelijk op een feitelijke misslag. Volgens verzoeker blijkt uit het dossier dat Nederland al op 28 april 2025 op de hoogte is gebracht van zijn status in België. De rechtbank gaat in de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd volgens verzoeker dan ook ten onrechte uit van een onrechtmatigheid vanaf 30 april 2025. Dit is geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid, zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 november 2002.[_d22d0f3f-6fa6-43e6-8a8b-4946573c9ca8] Het verzoek is om die reden kennelijk ongegrond en kan niet tot herziening leiden.

Conclusie en gevolgen

4. De rechtbank wijst het verzoek om herziening af.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.