Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 3 april 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:5587Zaaknummer NL25.14636
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 april 2025
- Publicatiedatum
- 3 april 2025
- Zaaknummer
- NL25.14636
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Eerste beroep bewaring – bewaring opgeheven – schadevergoeding aangeboden – geen procesbelang – beroep niet-ontvankelijk.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14636
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. K. Bruin).
Procesverloop
Bij besluit van 27 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw[_fcd4d8f2-d23d-4c30-a65f-68554c1aea12]opgelegd.
Verweerder heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw op 27 maart 2025 van de bewaring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Verweerder heeft op 28 februari 2025 de maatregel van bewaring opgeheven.
De rechtbank heeft het beroep op 2 april 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1995 en de Pakistaanse nationaliteit te hebben.
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
3. Uit het dossier volgt dat verweerder op 1 april 2025 al een schadevergoeding heeft aangeboden van € 260. Ook is verweerder bereid de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van € 907.[_59e6df4b-1fa1-49a1-8d5f-45725f12833e] Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser verklaard het eens te zijn met de hoogte van de aangeboden schadevergoeding en proceskosten. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft bij de beoordeling van het verzoek om schadevergoeding. De rechtbank komt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep daarom niet toe.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 3 april 2025 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.