Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 20 maart 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:4600Zaaknummer AWB 22-3859

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20 maart 2025
Publicatiedatum
21 maart 2025
Zaaknummer
AWB 22-3859
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vovo, niet-ontvankelijk.

De uitspraak is bekend gemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 22/3859

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer],

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.

1.1.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overleggen.[_3a0ae43c-91d2-4636-b4ae-17c57fc2c444] Als dat niet gebeurt, kan de voorzieningenrechter – na een herstelmogelijkheid – het verzoek op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

2.1.

Bij het verzoekschrift zijn het besluit waarop het verzoek betrekking heeft en een kopie van het bezwaarschrift niet overgelegd. De rechtbank heeft verzoeker bij aangetekende brief van 27 juni 2022 verzocht om binnen twee weken dit verzuim te herstellen.

2.2.

Verzoeker heeft binnen die termijn geen afschrift van het besluit en kopie van het bezwaarschrift overgelegd. Het is niet duidelijk waar het verzoek om een voorlopige voorziening op ziet.

2.3.

Verzoeker heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 12 maart 2025 door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

De uitspraak is bekend gemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.