Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 22 oktober 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:20037Zaaknummer NL25.12865

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.12865
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bezwaar ongegrond verklaard, verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende het bezwaar “klapt om” naar een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in de beroepsfase, niet voldaan aan het connexiteitsvereiste, verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.A.M. Delger, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

22 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Documentcode: [Documentcode]
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.12865

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. B. Aydin), en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

De minister heeft op 18 februari 2025 een besluit genomen. Tegen dat besluit heeft verzoeker bezwaar aangetekend. Hangende de behandeling van dat bezwaar heeft verzoeker een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de minister het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Dat maakt dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende het bezwaar “omklapt” naar een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in de beroepsfase.

Verzoeker heeft evenwel geen beroep ingesteld tegen het besluit van 8 juli 2025.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoek om een voorlopige voorziening is namelijk kennelijk niet- ontvankelijk, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Vanwege het feit dat verzoeker geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 8 juli 2025, is niet voldaan aan het connexiteitsvereiste, als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het verzoek is daarmee kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 van de Awb). Dat betekent dat het verzoek niet inhoudelijk wordt behandeld. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.A.M. Delger, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

22 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.