Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 12 maart 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:15909Zaaknummer C/09/663915 / FA RK 24-2299
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 12 maart 2025
- Publicatiedatum
- 8 september 2025
- Zaaknummer
- C/09/663915 / FA RK 24-2299
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vaststellen geboortegegevens; verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek omdat ze niet voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 1:25c, lid 1 BW.
De rechtbank:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, bijgestaan door mr. M.G.J. Konings als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2025. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-2299
Zaaknummer: C/09/663915
Datum beschikking: 12 maart 2025
Vaststellen geboortegegevens
Beschikking op het op 20 maart 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
verzoekster,
wonende te Groningen,
advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift van de ambtenaar;
- het F9-bericht van 4 juni 2024, met bijlage, van verzoekster;
- het F9-bericht van 22 juni 2024, met bijlage, van verzoekster;
- het F9-bericht van 3 september 2024 van verzoekster;
- de brief van 23 september 2024 van de ambtenaar;
- het F9-bericht van 13 februari 2025 van verzoekster.
Met inachtneming van deze stukken heeft de rechtbank aanleiding gezien om (met instemming van verzoekster) uiteindelijk zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. De geplande zitting van 7 maart 2025 is daarom niet doorgegaan.
Verzoek
Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank de geboortegegevens van verzoekster vaststelt ten behoeve van een vervangende geboorteakte, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De ambtenaar stelt zich op het standpunt dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
Verzoekster refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de ontvankelijkheid.
Feiten
- Uit de Basisregistratie Personen volgt dat verzoekster op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats], [geboorteland] is geboren.
- Verzoekster heeft de Somalische nationaliteit.
- Verzoekster is, met haar kinderen, in het kader van gezinshereniging naar
Nederland gekomen. Verzoekster beschikt over een verblijfskaart type “FAMILIELID EU/EER” met de opmerking “FAM. VAN EEN BURGER VAN DE UNIE CONF. ART. 10 RICHTL. 2004/38EG”. Hieruit volgt dat verzoekster rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8, onder e van de Vreemdelingenwet 2000.
- Van verzoekster is geen buitenlandse geboorteakte ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht Omdat verzoekster in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Het verzoek tot vaststelling van de geboortegegevens is gegrond op artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:25c, lid 1 BW, kan deze rechtbank, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
a. die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;
b. die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000;
c. op grond van Boek 1 van het BW een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster niet de Nederlandse nationaliteit heeft.
Ook stelt de rechtbank vast dat verzoekster weliswaar rechtmatig in Nederland verblijft, maar dat haar verblijf is gebaseerd op artikel 8, onder e van de Vreemdelingenwet in plaats van artikel 8, onder c en d van genoemde wet. Tenslotte constateert de rechtbank dat in onderhavige procedure géén sprake is van een latere vermelding die aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
In het licht van het bovenstaande concludeert de rechtbank – net als de ambtenaar – dat verzoekster niet voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 1:25c, lid 1 BW zodat zij niet-ontvankelijk is in haar verzoek. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, bijgestaan door mr. M.G.J. Konings als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2025. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.