Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 25 augustus 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:15882Zaaknummer 25/4883

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25 augustus 2025
Publicatiedatum
5 september 2025
Zaaknummer
25/4883
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker tegen de ambtshalve uitschijving uit de Basisregistratie personen (Brp). Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet (tijdig) is betaald. Voorts heeft verzoeker niet onderbouwd waarom hij een spoedeisend belang heeft. Verzoek niet-ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/4883

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 augustus 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. K.J.T.M. Hehenkamp),

en

het college van burgemeester en wethouders van Delft, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de ambtshalve uitschrijving uit de Basisregistratie personen (Brp). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

1.1.

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

1.2.

Met het bestreden besluit van 1 juli 2025 heeft verweerder verzoeker uitgeschreven uit de Brp. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Toetsingskader

2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen.[_9ff02050-28a0-486f-8f6b-0577304e0b0d] In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

Heeft verzoeker het griffierecht tijdig betaald?

2.1.

De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 25 juli 2025 verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 29 juli 2025 om 13:39 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. De nota is tevens op 24 juli 2025 per e-mail verstuurd naar de gemachtigde van verzoeker. Verzoeker heeft het griffierecht niet op tijd betaald.

Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?

2.2.

Verzoeker heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

3. Voorts treft de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Verzoeker wijst erop dat hij door de ambtshalve uitschrijving in de problemen komt met zijn uitkering, dat hij onverzekerd raakt, zijn paspoort niet kan verlengen, niet meer de digitale belastingaangiftes bij de Belastingdienst kan indienen, en dat hij in de toekomst verstoken zal zijn van sociale voorzieningen waarop hij recht heeft. De griffier heeft verzoeker op 24 juli 2025 verzocht om concreet te onderbouwen (met stukken) welke spoedeisende belangen het treffen van een voorlopige voorziening vereisen. Hij heeft niet gereageerd op dit verzoek, en dus ook niet onderbouwd waarom hij een spoedeisend belang heeft bij een inhoudelijk oordeel over het verzoek en wat maakt dat hij de bodemprocedure niet kan afwachten.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.