Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 29 februari 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:2959Zaaknummer NL23.19833

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29 februari 2024
Publicatiedatum
6 maart 2024
Zaaknummer
NL23.19833
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Aanvulling. Tijdelijke bescherming. Ordemaatregel

Beslissing

De voorzieningenrechter:

 vult de op 1 september 2023 getroffen voorlopige voorziening aan;

 bepaalt dat verzoeker de rechten die verbonden zijn aan de status van tijdelijk beschermde blijft behouden tot vier weken nadat definitief op het beroep (NL23.19832) is beslist;

 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.19833

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. R.H.T. van Boxmeer),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 3 juli 2023 heeft verweerder de tijdelijke bescherming[_f07f7abe-6253-43a5-bcfd-d01b0942a188] van verzoeker beëindigd per 4 september 2023.

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 3 juli 2023. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

In de uitspraak in deze zaak van 1 september 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:13499) heeft de voorzieningenrechter het besluit van 3 juli 2023 geschorst totdat uitspraak is gedaan op het beroep.

Op 6 februari 2024 heeft verweerder het besluit van 3 juli 2023 ingetrokken. Verzoeker heeft meegedeeld nog steeds belang te hebben bij vernietiging daarvan. Bij brief van 8 februari 2024 heeft verweerder aangekondigd dat verzoekers tijdelijke bescherming na 4 maart 2024 zal eindigen.

Verzoeker heeft in zijn aanvullende beroepsgronden van 23 februari 2024 in de zaak met nummer NL23.19832 opnieuw verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, die inhoudt dat hij tijdens de verdere behandeling van het beroep aanspraak kan blijven maken op de rechten die verbonden zijn aan de status van tijdelijk beschermde.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:87, eerste lid, gelezen samen met artikel 8:83, vierde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting op het nieuwe verzoek om een voorlopige voorziening.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Op grond van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening wijzigen.

2. In de voornoemde uitspraak van 1 september 2023 heeft de voorzieningenrechter het besluit van 3 juli 2023 geschorst. In dat besluit was sprake van beëindiging van verzoekers tijdelijke bescherming na 4 september 2023. Verweerder heeft echter nadien in de brief van 8 februari 2024 meegedeeld dat verzoekers tijdelijke bescherming na 4 maart 2024 zal eindigen. Nu verzoeker gelet op deze brief na 4 maart 2024 geen aanspraak meer kan maken op de rechten die verbonden zijn aan de status van tijdelijk beschermde, is er onverwijlde spoed aanwezig om de eerder getroffen voorlopige voorziening aan te vullen. Indien en voor zover deze brief geen besluit zou zijn, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker analoog aan het bepaalde in artikel 6:10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb redelijkerwijs kon menen dat dit wel reeds het geval was.

3. Het beroep kan niet worden afgehandeld voordat verzoekers tijdelijke bescherming eindigt, mede gelet op het aantal beroepsgronden en de aard daarvan. Het beroep wordt op 20 maart 2024 weer op een zitting behandeld. Verzoekers belang om de voorzieningen die horen bij de status van tijdelijk beschermde te behouden zolang het beroep loopt, weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder dan verweerders belang om die voorzieningen op 4 maart 2024 meteen te beëindigen. De hiervoor genoemde uitspraak van 1 september 2023 is daartoe niet voldoende, omdat daarin slechts het besluit van 3 juli 2023 is geschorst. Het nieuwe verzoek om een voorlopige voorziening is gegrond.

4. In de toewijzing van het nieuwe verzoek bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 875 bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

 vult de op 1 september 2023 getroffen voorlopige voorziening aan;

 bepaalt dat verzoeker de rechten die verbonden zijn aan de status van tijdelijk beschermde blijft behouden tot vier weken nadat definitief op het beroep (NL23.19832) is beslist;

 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.