Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 14 februari 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:2235Zaaknummer NL23.33366

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14 februari 2024
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
NL23.33366
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

art 64 Vw. Vovo hangende bezwaar. Toewijzing verzoek; verweerder verzet zich niet.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • verbiedt de staatssecretaris verzoekster uit Nederland te verwijderen tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van € 875,-, te betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

14 februari 2024

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Documentcode: [documentcode]
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.33366

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. L. Sinoo),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. F. van der Kamp).

Procesverloop

Met het besluit van 20 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoekster om toepassing te geven aan artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.

Verzoekster heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Op 27 december 2023 heeft de staatssecretaris medegedeeld dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening, voor zover dat ziet op het niet uitzetten totdat er een beslissing is genomen op het bezwaarschrift.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan - onder meer - indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3. De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit ingevolge artikel 6:16 van de Awb niet wordt geschorst, ook niet indien tegen dat besluit bezwaar is gemaakt. Tevens overweegt de voorzieningenrechter dat de staatssecretaris ingevolge de Awb

noch de Vreemdelingenwet zelf de bevoegdheid heeft de rechtsgevolgen van het bestreden besluit - met de aanzegging aan verzoekster Nederland te verlaten - op te schorten.

4. Nu tussen partijen niet langer in geschil is dat van uitzetting van verzoekster op dit moment moet worden afgezien, bestaat reeds daarom aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en uitzetting te verbieden tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist.

5. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de staatssecretaris te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De kosten zijn op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 875,- (1 punt voor het verzoekschrift, wegingsfactor 1, waarde per punt € 875,-).

6. Verzoekster is vrijgesteld voor het betalen van griffierecht, zodat hiervoor geen vergoeding nodig is.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • verbiedt de staatssecretaris verzoekster uit Nederland te verwijderen tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van € 875,-, te betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

14 februari 2024

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.