Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Den Haag, 26 augustus 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:13506Zaaknummer AWB 24/8257
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 augustus 2024
- Publicatiedatum
- 9 september 2024
- Zaaknummer
- AWB 24/8257
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
regulier vreemdelingenrecht - geen verzet tegen toewijzing voorlopige voorziening - uitzettingsverbod t/m de datum van de bekendmaking van de beschikking op bezwaar.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om de voorlopige voorziening toe;
- schorst het primaire besluit, in zoverre dat verzoeker de beschikking op bezwaar in Nederland mag afwachten en niet naar Marokko mag worden uitgezet tot en met de datum van bekendmaking van de beschikking op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2024.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/8257
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 augustus 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Flipse),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak oordeelt de voorzieningenrechter over het verzoek om een voorlopige voorziening dat door verzoeker is ingediend.
Op 12 februari 2024 heeft verzoeker een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘familie en gezin’ ingediend.
Bij besluit van 13 mei 2024 (primaire besluit) heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Ook is een terugkeerbesluit gericht op onmiddellijk vertrek naar Marokko opgelegd en is het eerder opgelegde inreisverbod voor de duur van twee jaar gehandhaafd.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en samenhangend daarmee de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, teneinde uitzetting van eiser te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
Bij brief van 15 augustus 2024 heeft verweerder aangegeven zich niet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening te verzetten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter doet in deze zaak op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
3. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening, voor zover dat ziet op het niet uitzetten van verzoeker totdat er op het bezwaar is beslist, zal de voorzieningenrechter dit verzoek in zoverre als kennelijk gegrond toewijzen. Dit betekent dat verzoeker de beschikking op bezwaar in Nederland mag afwachten en dat verzoeker in ieder geval tot en met de datum van bekendmaking van die beschikking op bezwaar niet naar Marokko uitgezet mag worden.
4. Er bestaat in dit geval aanleiding om verweerder in te proceskosten te veroordelen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht 2024 vast op een bedrag van € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,-, wegingsfactor 1). Verweerder dient dit bedrag te betalen aan de gemachtigde van verzoeker.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om de voorlopige voorziening toe;
- schorst het primaire besluit, in zoverre dat verzoeker de beschikking op bezwaar in Nederland mag afwachten en niet naar Marokko mag worden uitgezet tot en met de datum van bekendmaking van de beschikking op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2024.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.