Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Den Haag, 14 december 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:21843Zaaknummer C/09/658032/KG RK 23-1514
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 december 2023
- Publicatiedatum
- 15 februari 2024
- Zaaknummer
- C/09/658032/KG RK 23-1514
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Wraking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wraking. Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek.
4 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en S.M. Westerhuis-Evers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank den haag
Wrakingskamer
wrakingnummer 2023/115
zaak- /rekestnummer: C/09/658032 / KG RK 23-1514
Beslissing van 14 december 2023
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. J.J.P. Bosman,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 30 november 2023.
2 Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer SGR 23/4214 tussen verzoeker en de directie van de RDW (hierna: de hoofdzaak). Verzoeker heeft in de hoofdzaak beroep ingesteld tegen een besluit van de directie van de RDW. Omdat het griffierecht in de hoofdzaak door verzoeker niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is, is het beroep van verzoeker bij beslissing van 13 oktober 2023 door de rechter niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft vervolgens de rechter gewraakt.
3 De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
4 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en S.M. Westerhuis-Evers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.