Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Den Haag, 14 september 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:18145Zaaknummer C/09/653449/KG RK 23-1184

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14 september 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
C/09/653449/KG RK 23-1184
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wraking. Verzoeker niet-ontvankelijk. Wrakingsverzoek ingediend na (mondelinge) einduitspraak.

4 De beslissing

De wrakingskamer

4.1.

verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;

4.2.

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:

• de verzoeker;

• de rechter.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, S.M. Westerhuis-Evers en R.G.C. Veneman, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2023.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het wrakingsverzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

Rechtbank den haag

Wrakingskamer

wrakingnummer 2023/93

zaak- /rekestnummer: C/09/653449 / KG RK 23-1184

Beslissing van 14 september 2023

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. S. van der Harg,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 29 augustus 2023, ingekomen ter griffie van de wrakingskamer op 31 augustus 2023.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/09/651493 / FA RK 23-5482, in welke zaak ten aanzien van verzoeker door de officier van justitie verzocht is om een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: de hoofdzaak).

2.2.

Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek, samengevat, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Hij wraakt de rechter omdat hij de indruk had dat zij haar oordeel op de zitting al klaar had. Ook is de zitting in alle haast behandeld en heeft verzoeker niet de mogelijkheid gehad om op de zitting zaken toe te lichten, ondanks dat hij daarom heeft verzocht.

3 De beoordeling

3.1.

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.

3.2.

Het verzoek is gedaan nadat de rechter op 29 augustus 2023 in de hoofdzaak mondeling einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de hoofdzaak. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.

3.3.

Voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4 De beslissing

De wrakingskamer

4.1.

verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;

4.2.

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:

• de verzoeker;

• de rechter.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, S.M. Westerhuis-Evers en R.G.C. Veneman, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2023.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.