Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 1 september 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:13566Zaaknummer NL23.2449

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
1 september 2023
Publicatiedatum
8 september 2023
Zaaknummer
NL23.2449
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verzet, buiten zitting, BNT, WBV 2022/22, ongegrond

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [Naam 1], [Naam 2] en [Naam 3], opposanten
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL23.2449 V en NL23.2451 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[Naam 1], [Naam 2] en [Naam 3], opposanten

V-nummers: [Nummer 1], [Nummer 2] en [Nummer 3]

(gemachtigde: mr. S. Thelosen).

Procesverloop

Bij uitspraak van 3 mei 2023[_39952c1b-0a8b-477d-b39d-688d7839b01e] (de aangevallen uitspraak) heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Awb[_f9709ca0-4524-4517-a39c-e87f191472a8] beslist op de beroepen van opposanten tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun asielaanvragen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Opposanten hebben tegen deze uitspraak verzet gedaan.

Opposanten hebben niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak de beroepen van opposanten niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend.

2. Artikel 8:54 van de Awb biedt de mogelijkheid tot vereenvoudigde afdoening als het eindoordeel in de zaak buiten redelijke twijfel staat. In dit verzet beoordeelt de rechtbank alleen of er redelijke twijfel mogelijk was over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.

3. Opposanten voeren allereerst aan dat de rechtbank niet daadwerkelijk tot een kennelijk oordeel is gekomen, maar slechts heeft overwogen dat het beroep niet-ontvankelijk is. Opposanten menen voorts dat de uitkomst van het beroep niet zonder twijfel vaststond, gelet op de verschillen in de rechtspraak over de toepassing van WBV 2022/22.[_f4d09368-1ac3-440d-b4aa-ebe96c800f3d]

4. De rechtbank overweegt dat in de aangevallen uitspraak weliswaar niet uitdrukkelijk is overwogen dat sprake was van kennelijke niet-ontvankelijkheid, maar dat de vereenvoudigde afdoening voldoende duidelijk blijkt uit tekst van de uitspraak, waaronder een verwijzing naar artikel 8:54, eerste lid, van de Awb en het vermelde rechtsmiddel.

5. In wat opposanten verder hebben aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding voor de conclusie dat zij niet tot een kennelijk oordeel heeft kunnen komen. In verzet zijn immers geen argumenten naar voren gebracht die in het geval van een normale behandeling (ter zitting) hadden kunnen worden aangevoerd en waardoor twijfel zou zijn ontstaan over de uitkomst van het beroep.[_e856d55f-a957-4fd4-bb52-de13a44867a6] De omstandigheid dat door de verschillende zittingsplaatsen van deze rechtbank anders wordt geoordeeld over de betekenis van WBV 2022/22 voor de beslistermijn van verweerder, maakt niet dat in dit geval redelijke twijfel bestond over de uitkomst van het beroep. Zoals de rechtbank heeft overwogen in de aangevallen uitspraak heeft deze zittingsplaats al eerder in gelijke zin over WBV 2022/22 geoordeeld in drie uitspraken van 21 maart 2023[_6024c81f-9617-4805-b037-0d1c7e0aa352] en in alle vergelijkbare zaken sindsdien.

6. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr.R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.