Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 31 mei 2022

ECLI:NL:RBDHA:2022:6242Zaaknummer NL21.7184

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31 mei 2022
Publicatiedatum
5 juli 2022
Zaaknummer
NL21.7184
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voorlopige voorziening

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster], verzoekster
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.7184

uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 mei 2022 in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]

(waarnemend gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. O. Bousmaha).

Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw[_397ab0c3-1c5c-4056-8293-ee518dbc0217] afgewezen.

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft in het besluit van 21 juli 2021 (het bestreden besluit) het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, dat op 21 april 2022 op zitting is behandeld.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb[_f6f1ed5d-8ef5-42fc-af46-f40a74e129f2] uitspraak zonder zitting.

2. Het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.

3. Verzoekster heeft gevraagd om het treffen van een voorlopige voorziening teneinde uitzetting te voorkomen voordat op haar bezwaar en beroep in procedure NL21.13270 is beslist. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank op het beroep beslist. Daarom zal het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.