Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 1 april 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:3165Zaaknummer AWB 21/6237
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 april 2022
- Publicatiedatum
- 7 april 2022
- Zaaknummer
- AWB 21/6237
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek, Burger van de europese unie, Verenigd Koninkrijk.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/6237
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker,
v-nummer: [Nummer]
(gemachtigden: mr. Ö. Saraç en A.M. Barreveld),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. E. van Hoof).
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 22 juni 2021 (het bestreden besluit). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Bij uitspraak van 3 maart 2022, zaaknummer AWB 21/6236, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Omdat het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 759 (bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift vermenigvuldigd met wegingsfactor 1).
.
Beslissing
De voorzieningenrechter;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten ten bedrage van € 759
(zevenhonderdnegenenvijftig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.