Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 12 december 2022

ECLI:NL:RBDHA:2022:14289Zaaknummer 22_7588

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12 december 2022
Publicatiedatum
5 januari 2023
Zaaknummer
22_7588
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing bedrijfsparkeervergunning. Geen spoedeisend belang. Vovo afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.D.A. Mantingh, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2022.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] h.o.d.n. [h.o.d.n.], te [vestigingsplaats], verzoeker
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 22/7588

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 december 2022 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoeker] h.o.d.n. [h.o.d.n.], te [vestigingsplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. P. Celikkal),

tegen

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: D. van der Klaauw).

Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2022 (het primaire besluit) is de aanvraag van verzoeker voor een bedrijfsparkeervergunning afgewezen.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege te gelaten.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. Dat verzoekster als advocaat bij piketmeldingen binnen een korte tijdspanne (2 uur) op het desbetreffende politiebureau aanwezig dient te zijn is een onvoldoende spoedeisend belang voor de gevraagde voorlopige voorziening. Dat reizen met het openbaar vervoer voor grote vertraging zou zorgen doet hier niet aan af. Verzoekster kan eventueel aanvullend gebruik maken van deelvoertuigvoorzieningen.

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.D.A. Mantingh, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2022.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.