Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 19 oktober 2022

ECLI:NL:RBDHA:2022:11007Zaaknummer NL22.4478

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19 oktober 2022
Publicatiedatum
25 oktober 2022
Zaaknummer
NL22.4478
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Asiel. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken. Beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Op 13 juli 2022 heeft verweerder meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Op 7 september 2022 heeft eisers gemachtigde meegedeeld dat eiser haar een week eerder heeft laten weten dat hij niet meer in Nederland verblijft. Op 11 oktober 2022 heeft zij de rechtbank verzocht de zaak op de stukken af te doen, daar zij eiser niet kan bereiken. Eiser is niet ter zitting verschenen.

2. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar vaste jurisprudentie, waaronder de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579, het volgende geoordeeld. Als een asielzoeker met onbekende bestemming vertrekt, kan in beginsel worden aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als de gemachtigde weet dat de asielzoeker nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en contact met hem onderhoudt over de verdere voortgang van de procedure.

3. Deze uitzondering doet zich in dit geval niet voor. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2022 door mr. W. Anker, rechter en voorzitter, en mr. K.M. de Jager en mr. E.F. Bethlehem, rechters, in aanwezigheid van mr.A.S. Hamans, griffier.

Dit proces-verbaal is verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam], eiser
  2. Beslissing
  3. Overwegingen

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.4478

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigden: S. Jairam en mr. R.P.G. van Bel).

Procesverloop Bij besluit van 14 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak met nummer NL22.4479, op 12 oktober 2022 op een zitting behandeld. Eiser is niet verschenen. Eisers gemachtigde is met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.P.G. van Bel. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Op 13 juli 2022 heeft verweerder meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Op 7 september 2022 heeft eisers gemachtigde meegedeeld dat eiser haar een week eerder heeft laten weten dat hij niet meer in Nederland verblijft. Op 11 oktober 2022 heeft zij de rechtbank verzocht de zaak op de stukken af te doen, daar zij eiser niet kan bereiken. Eiser is niet ter zitting verschenen.

2. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar vaste jurisprudentie, waaronder de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579, het volgende geoordeeld. Als een asielzoeker met onbekende bestemming vertrekt, kan in beginsel worden aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als de gemachtigde weet dat de asielzoeker nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en contact met hem onderhoudt over de verdere voortgang van de procedure.

3. Deze uitzondering doet zich in dit geval niet voor. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2022 door mr. W. Anker, rechter en voorzitter, en mr. K.M. de Jager en mr. E.F. Bethlehem, rechters, in aanwezigheid van mr.A.S. Hamans, griffier.

Dit proces-verbaal is verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan.

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.