Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 22 februari 2019
ECLI:NL:RVS:2019:579Zaaknummer 201807756/1/V2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 22 februari 2019
- Publicatiedatum
- 27 februari 2019
- Zaaknummer
- 201807756/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 augustus 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Engelhart, griffier.
w.g. Verheij w.g. Engelhart
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2019
643.
Volledige tekst
201807756/1/V2.
Datum uitspraak: 22 februari 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 11 september 2018 in zaak nr. NL18.14817 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 6 augustus 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.
Bij mondelinge uitspraak van 11 september 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. I. Wudka, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Volgens de staatssecretaris is de vreemdeling met onbekende bestemming vertrokken. De vreemdeling klaagt dat de rechtbank het tegen het besluit van 6 augustus 2018 ingestelde beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat hij geen belang meer zou hebben bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De vreemdeling betoogt dat de rechtbank zonder nader onderzoek niet vanuit had mogen gaan dat er geen contact meer is tussen hem en zijn gemachtigde sinds het indienen van de gronden van beroep op 21 augustus 2018.
2. Indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, dient er in beginsel vanuit te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
3. De gemachtigde van de vreemdeling heeft in de gronden van het beroep aan de rechtbank laten weten dat hij contact heeft met de vreemdeling en dat de vreemdeling verblijft bij kennissen in Amsterdam. Ter zitting op 11 september 2018 zijn de gemachtigde en de vreemdeling niet verschenen. De vreemdeling heeft op dat moment niet aan de rechtbank laten weten dat hij niettemin nog in Nederland verblijft en prijs stelt op bescherming. Ook de gemachtigde heeft niet aan de rechtbank bekend gemaakt dat hij nog contact heeft met de vreemdeling, zoals hiervoor bedoeld.
Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank terecht overwogen, dat de vreemdeling geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep.
De grief faalt.
4. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Engelhart, griffier.
w.g. Verheij w.g. Engelhart
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2019
643.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25031 Rechtbank Den Haag, 19 augustus 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22813 Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21403 Rechtbank Den Haag, 31 juli 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27549 Rechtbank Den Haag, 14 juli 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5898 Rechtbank Den Haag, 18 maart 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1793 Rechtbank Den Haag, 16 januari 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19486 Rechtbank Den Haag, 24 oktober 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22913 Rechtbank Den Haag, 27 november 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19810 Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16749 Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2024 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20255 Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15242 Rechtbank Den Haag, 10 september 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2662 Raad van State, 1 juli 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8780 Rechtbank Den Haag, 6 juni 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7130 Rechtbank Den Haag, 2 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7101 Rechtbank Den Haag, 23 april 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8882 Rechtbank Den Haag, 22 april 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10559 Rechtbank Den Haag, 16 april 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:12979 Rechtbank Den Haag, 11 april 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7875 Rechtbank Den Haag, 10 april 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:1251 Raad van State, 27 maart 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:991 Raad van State, 11 maart 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4116 Rechtbank Den Haag, 29 februari 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1862 Rechtbank Den Haag, 14 februari 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4171 Rechtbank Den Haag, 30 januari 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:84 Rechtbank Den Haag, 8 januari 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:22056 Rechtbank Den Haag, 22 december 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:4359 Raad van State, 27 november 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:20935 Rechtbank Den Haag, 22 november 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19316 Rechtbank Den Haag, 21 november 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18396 Rechtbank Den Haag, 16 november 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:3987 Raad van State, 30 oktober 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:3988 Raad van State, 30 oktober 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18206 Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15837 Rechtbank Den Haag, 20 oktober 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:3569 Raad van State, 21 september 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13041 Rechtbank Den Haag, 24 augustus 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21251 Rechtbank Den Haag, 28 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12019 Rechtbank Den Haag, 20 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12022 Rechtbank Den Haag, 20 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10696 Rechtbank Den Haag, 17 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10231 Rechtbank Den Haag, 4 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21565 Rechtbank Den Haag, 4 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:2440 Raad van State, 23 juni 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9244 Rechtbank Den Haag, 22 juni 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9245 Rechtbank Den Haag, 22 juni 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9038 Rechtbank Den Haag, 21 juni 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9034 Rechtbank Den Haag, 19 juni 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9798 Rechtbank Den Haag, 16 juni 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8398 Rechtbank Den Haag, 12 juni 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8936 Rechtbank Den Haag, 8 juni 2023 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8979 Rechtbank Den Haag, 1 juni 2023 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18780 Rechtbank Den Haag, 30 mei 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7607 Rechtbank Den Haag, 24 mei 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7769 Rechtbank Den Haag, 23 mei 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8409 Rechtbank Den Haag, 3 mei 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5450 Rechtbank Den Haag, 12 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4414 Rechtbank Den Haag, 30 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4416 Rechtbank Den Haag, 30 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3831 Rechtbank Den Haag, 14 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.