Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 30 juni 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:6820Zaaknummer NL20.19420 en NL20.19421

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30 juni 2021
Publicatiedatum
5 juli 2021
Zaaknummer
NL20.19420 en NL20.19421
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Plakvovo

De uitspraak bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam 1], verzoeker, V-nummer: [nummer 1], en
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL20.19420 en NL20.19421

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1], verzoeker, V-nummer: [nummer 1], en

[naam 2], verzoekster, V-nummer: [nummer 2]

mede namens hun minderjarige kinderen [kind 1] en

[kind 2]

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigden: mr. H. Toonders en mr. D. Berben).

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 13 september 2019 (de bestreden besluiten) heeft

verweerder de aanvragen van verzoekers om verlening van een verblijfsvergunning asiel

voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië daarvoor

verantwoordelijk is.

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de

voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen, inhoudende dat zij

niet zullen worden overgedragen tot vier weken nadat op de beroepen is beslist (NL19.21646 en NL19.21648).

Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaken met nummers

NL19.21645 en NL19.21647, plaatsgevonden op 4 oktober 2019. Verzoekers zijn

verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen B. Arabi. Verweerder

heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. Toonders.

Bij uitspraak van 10 oktober 2019 (NL19.21646 en NL19.21648) heeft de

voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat verzoekers niet

mogen worden overgedragen aan Italië tot na bekendmaking van de uitspraak van de

rechtbank op de beroepen van verzoekers (NL19.21645 en NL19.21647).

Verzoekers hebben verzocht om opheffing van de getroffen voorlopige voorziening.

Bij uitspraak van 6 oktober 2020 heeft de voorzieningenrechter de getroffen voorlopige voorzieningen opgeheven.

Verzoekers hebben op 9 november 2020 opnieuw verzoeken om een voorlopige voorziening ingediend (NL20.19420 en NL20.19421).

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag (NL19.21645 en NL19.21647) heeft de rechtbank de beroepen waarop de verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben ongegrond verklaard. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De verzoeken worden als kennelijk ongegrond afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.