Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 28 april 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:15704Zaaknummer NL21.4752

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28 april 2021
Publicatiedatum
2 maart 2022
Zaaknummer
NL21.4752
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Amersfoort
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

beroep asiel, eiser is MOB, beroep niet-ontvankelijk

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Eiser stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2002.

3. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Het beroep is op 30 maart 2021 ingesteld door eisers gemachtigde. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank op 22 april 2021 bericht dat hij er niet meer in slaagt om contact te krijgen met eiser en dat post van gemachtigde aan eiser is geretourneerd met de mededeling dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.

4. Verweerder heeft op 23 april 2021 bevestigd dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.

5. Als een asielzoeker met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, moet worden geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.1

6. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

7. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2021 door mr. C. Karman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier.

1. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

28 april 2021

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Beslissing
  4. Overwegingen
  5. Documentcode: [documentcode]
  6. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.4752

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.E.M. Jacquemard), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.C. van Ossenbruggen-Theodoulou).

Procesverloop

Bij besluit van 12 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast wordt aan eiser geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek verleend. Verweerder heeft tevens aan eiser een vertrektermijn onthouden, zodat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten. Daarnaast heeft verweerder eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.4753, plaatsgevonden op 26 april 2021 in Amersfoort. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Eiser stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2002.

3. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Het beroep is op 30 maart 2021 ingesteld door eisers gemachtigde. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank op 22 april 2021 bericht dat hij er niet meer in slaagt om contact te krijgen met eiser en dat post van gemachtigde aan eiser is geretourneerd met de mededeling dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.

4. Verweerder heeft op 23 april 2021 bevestigd dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.

5. Als een asielzoeker met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, moet worden geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.1

6. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

7. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2021 door mr. C. Karman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier.

1. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

28 april 2021

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.