Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 30 september 2019

ECLI:NL:RBDHA:2019:10152Zaaknummer 19_2912

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30 september 2019
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
19_2912
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BOBOG afgewezen, geen griffierecht betaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. van Riel, rechter, in aanwezigheid van

Z. Jainullah, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 september 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 19/2912

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2019 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser,

en

het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van

26 maart 2019.

Eiser heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan. De rechtbank heeft bij brief van

24 juni 2019 het beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat eiser niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldoet. In deze brief is tevens meegedeeld dat een nieuwe nota griffierecht zal worden verzonden. Vervolgens heeft eiser op 2 juli 2019 digitaal nadere stukken toegestuurd. Hierop heeft de rechtbank op 15 juli 2019 schriftelijk meegedeeld dat een tweede verzoek om betalingsonmacht niet in behandeling wordt genomen en verwijst hierbij naar de afwijzingsbrief van 24 juni 2019. Eiser heeft vervolgens nogmaals op

13 augustus 2019 nadere stukken toegestuurd waarna de rechtbank op 4 september 2019 schriftelijk heeft meegedeeld dat een derde beroep op betalingsonmacht niet in behandeling wordt genomen.

Bij aangetekende brief van 26 juli 2019 is eiser eraan herinnerd dat hij griffierecht moet betalen (de herinnering). Uit informatie van PostNL is gebleken dat de herinnering op

30 juli 2019 is uitgereikt.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41 van de Awb griffierecht betalen. Voor deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 47,-. De griffier stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht betrokkene niet is toe te rekenen.

3. Een beroep op betalingsonmacht kan worden ingewilligd wanneer het netto maandinkomen minder bedraagt dan 90% van de voor de alleenstaande geldende bijstandsnorm. Uit de overlegde stukken blijkt dat eiser niet aan dit criterium voldoet. Het beroep op betalingsonmacht is daarom afgewezen.

4. In de herinnering is eiser er nog eens op gewezen dat het griffierecht binnen vier weken moet zijn betaald en dat anders het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Eiser heeft het griffierecht niet betaald. Dat dit eiser niet is toe te rekenen, is niet gebleken.

5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. van Riel, rechter, in aanwezigheid van

Z. Jainullah, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 september 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.