Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Den Haag, 18 mei 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:5869Zaaknummer AWB - 18 _ 3031
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 mei 2018
- Publicatiedatum
- 8 juni 2018
- Zaaknummer
- AWB - 18 _ 3031
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beroep beëindiging opvang niet-ontvankelijk, inmiddels is op beroep in de asielprocedure beslist, dus geen belang meer bij beoordeling, beroep niet-ontvankelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Bijvank, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2018.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 18/3031
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 mei 2018 in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Grigorjan),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), verweerder
(gemachtigde: mr. J.W. Kreumer).
Procesverloop
Verweerder heeft verzoeker medegedeeld dat de opvangvoorzieningen van het COA per 23 april 2018 worden beëindigd.
Verzoeker heeft op 23 april 2018 onderhavig beroep ingesteld bij de rechtbank. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat verweerder de opvangvoorzieningen niet zal beëindigen voordat op het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het asielbesluit is beslist (AWB 18.3032).
Bij uitspraak van deze rechtbank van dezelfde datum is het verzoek toegewezen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2018.
Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verzoeker betoogt dat hij recht heeft op opvangvoorzieningen omdat hij op grond van artikel 7.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de uitspraak op zijn verzoek om een voorlopige voorziening hangende het beroep tegen het asielbesluit van 23 april 2018 in Nederland mag afwachten. Verzoeker heeft in dat kader verwezen naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 22 september 2017 (ECLI:NL:RBOBR:2017:5057).
2. Nu de rechtbank bij uitspraak van heden het beroep tegen het asielbesluit van 23 april 2018 ongegrond verklaard heeft (NL18.7924), heeft eiser geen belang meer bij een beoordeling van zijn beroep gericht tegen de mededeling dat de opvangvoorzieningen van het COA worden beëindigd.
3. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Bijvank, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2018.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.