Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 24 oktober 2017

ECLI:NL:RBDHA:2017:13498Zaaknummer 17/12861

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 oktober 2017
Publicatiedatum
23 november 2017
Zaaknummer
17/12861
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroepstermijn overschreden. Geen reactie op herstel verzuim. Beroep niet-ontvankelijk, 8:54, Awb.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2017.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 17/12861

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 24 oktober 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser,

en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 mei 2017 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Het bestreden besluit dateert van vrijdag 26 mei 2017. Indien van de wettelijk voorgeschreven beroepstermijn, zoals neergelegd in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, van vier weken wordt uitgegaan, is 23 juni 2017 de laatste dag waarop tijdig beroep kon worden ingesteld. Eiser heeft op 11 juli 2017 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Derhalve is het beroep niet tijdig ingediend.

3. Bij brief van 17 juli 2017 is eiser in de gelegenheid gesteld de reden voor de termijnoverschrijding kenbaar te maken. Eiser heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Niet gebleken is dat de te late indiening niet aan eiser aangerekend kan worden.

4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2017.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.