Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Den Haag, 3 maart 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:2645Zaaknummer - 15 _ 1229
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 maart 2015
- Publicatiedatum
- 3 juli 2015
- Zaaknummer
- - 15 _ 1229
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
geheimhouding
Beslissing
De rechtbank bepaalt dat de verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
Aldus gegeven op 3 maart 2015 door mr. J.M. Ghrib, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier C.A.Y. Morison-Libourel.
Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld, dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank den haag
Bestuursrecht
Zaaknummer: SGR 15/1229
beslissing als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
(gemachtigde: mr. A.R.A.L. Norenburg)
en
de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder.
(gemachtigde: mr. E.C. Berkhouwer)
Overwegingen
Verzoekster heeft bij brief van 12 februari 2015 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend ten aanzien van het besluit van verweerder van 6 februari 2015, waarbij de aan verzoekster afgegeven verklaring van rijvaardigheid is ingetrokken.
Verweerder heeft op 23 februari 2015 de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend waaronder het proces-verbaal van het verhoor van de houder van [autorijschool]. Verweerder heeft de voorzieningenrechter in het geval van bedoeld proces-verbaal verzocht toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb.
De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft de beslissing als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Awb opgedragen aan de rechtbank in onderstaande samenstelling.
Ingevolge artikel 8:29, eerste lid, van de Awb kunnen partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te leggen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken weigeren of de rechtbank mededelen dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.
De rechtbank acht de verzochte beperking van de kennisneming van bedoeld proces-verbaal met het oog op het nog lopende strafrechtelijke onderzoek alsook uit het oogpunt van bescherming van persoonsgegevens gerechtvaardigd.
Beslissing
De rechtbank bepaalt dat de verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
Aldus gegeven op 3 maart 2015 door mr. J.M. Ghrib, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier C.A.Y. Morison-Libourel.
Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld, dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.