Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Breda, 26 april 2007

ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7537Zaaknummer 423425 mb 06-199

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
26 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
423425 mb 06-199
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Beroepen gegrond. Schending motiveringsbeginsel en/of incompleet dossier.

BESLISSING

Verklaart het beroep gegrond.

Vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 30 augustus 2006.

Bepaalt dat het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft gesteld, aan hem dient te worden terugbetaald.

De kantonrechter,

Verzonden op:

Ingevolge de bepalingen van de Wahv is het instellen van hoger beroep tegen deze beslissing niet mogelijk.

Volledige tekst

Rechtbank Breda

Sector kanton Bergen op Zoom

PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING, TEVENS

HOUDEND AANTEKENING MONDELINGE UITSPRAAK

Kantonnummer: 423425 MB VERZ 06-199

CJIB-nummer: 96247269

Uitspraak van de kantonrechter mr. W.E.M. Verjans van 26 april 2007 op het beroepschrift ex artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) van:

naam: [betrokkene]

geboren: [datum]

adres: [adres]

plaats: [woonplaats]

procederend in persoon.

Het beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van donderdag 26 april 2007, waarbij het Openbaar Ministerie (OM) niet werd vertegenwoordigd. Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, eveneens niet ter zitting verschenen.

SANCTIEGEGEVENS

Betrokkene is de sanctie opgelegd ter zake de gedraging als vermeld en nader omschreven in het zaakoverzicht van 8 september 2006, dat deel uitmaakt van het dossier, dat door betrokkene kon worden ingezien.

BEOORDELING

Betrokkene is tijdig tegen de beslissing van de officier van justitie in beroep gekomen, zodat hij daarin kan worden ontvangen.

De inhoud van de procesdossier leidt tot het volgende oordeel.

Hoewel daarom verzocht heeft CVOM niet de beslissing van de officier van justitie, waartegen het beroep van betrokkene geacht moet worden te zijn gericht, overgelegd. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de behandeling aan te houden om het CVOM nogmaals in staat te stellen die beslissing over te leggen. Voorts heeft het OM het niet noodzakelijk geacht concreet in te gaan op het door betrokkene gevoerde verweer; naar het oordeel van de kantonrechter had het op de weg van het OM gelegen om nader proces-verbaal te doen opmaken. Nu sprake is van een incompleet dossier en strijd met het motiveringsbeginsel, zal de kantonrechter het beroep van betrokkene meteen gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie vernietigen.

BESLISSING

Verklaart het beroep gegrond.

Vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 30 augustus 2006.

Bepaalt dat het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft gesteld, aan hem dient te worden terugbetaald.

De kantonrechter,

Verzonden op:

Ingevolge de bepalingen van de Wahv is het instellen van hoger beroep tegen deze beslissing niet mogelijk.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.