Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 4 maart 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:8359Zaaknummer C/13/783433 / FA RK 26/1294

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
C/13/783433 / FA RK 26/1294
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging verleend. Geen sprake van wilsbekwaam verzet. Aan voorwaarden voldaan. Bij het doen van de uitspraak wraakt betrokkene de rechter.

De rechtbank:

4.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 3.9. kunnen worden getroffen;

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 maart 2027;

4.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026 door mr. A. van Luijck, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Vos, griffier en op schrift gesteld op 11 maart 2026.
De griffier is buiten staat deze
beschikking te ondertekenen

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/783433 / FA RK 26/1294

Datum uitspraak: 4 maart 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres 1],

verblijvende bij Arkin, locatie [adres 2],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat mr. A.L. Cohen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 februari 2026.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 maart 2026 bij Arkin, locatie [adres 2]. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [naam], arts.
1.3.

De officier van justitie is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

1.4.

Nadat de rechtbank aan betrokkene heeft medegedeeld dat zij voor een beslissing op het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging voldoende informatie heeft en begint met het mededelen en uitleggen van de uitspraak, wraakt betrokkene de rechter. De rechter heeft daarop medegedeeld dat zij de uitspraak zal afmaken en heeft de uitspraak vervolgens verder uitgesproken. Er is een afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt ten behoeve van de wrakingsprocedure.

2 Het verzoek

2.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

3.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofrenie. Betrokkene ontkent dat sprake is van schizofrenie. Hij stelt overspannen te zijn. De rechtbank heeft evenwel geen twijfel aan het deskundig oordeel van de onafhankelijk psychiater in de medische verklaring van 11 februari 2026. Dit oordeel wordt bovendien onderschreven door de behandelaren.

3.3.

Betrokkene beroept zich op artikel 11 van de Grondwet, hetgeen door zijn advocaat, zo begrijpt de rechtbank, aldus wordt begrepen dat betrokkene zich wilsbekwaam verzet en er geen sprake is van acuut levensgevaar of gevaar voor derden.

3.4.

Bij beantwoording van de vraag of ten aanzien van betrokkene verplichte zorg noodzakelijk is, dient de rechtbank te beoordelen of zich situaties voordoen als bedoeld in art. 2:1 lid 6, aanhef en onder b, Wvggz en, indien dat niet het geval is, of sprake is van wilsbekwaam verzet van betrokkene.

3.5.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt in voldoende mate uit de overgelegde stukken dat sprake is van ernstige psychische schade voor derden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking het voortdurende conflict dat betrokkene met zijn huidige alsook vorige buurman heeft. Daarnaast is tijdens de opname door de behandelaars geobserveerd dat betrokkene zich bezighoudt met het becommentariëren van het gedrag van anderen. Voorts vermeldt de medische verklaring dat betrokkene zijn werk bij restaurant [bedrijf] is kwijtgeraakt, nadat hij een collega corrigeerde en tips gaf over hoe hij zijn werk moest doen. Concluderend is de rechtbank dan ook van oordeel dat betrokkene met zijn gedrag voortkomend uit zijn psychische stoornis ernstige psychische schade bij anderen kan veroorzaken. Met het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank dan ook sprake van een situatie als bedoeld in art. 2:1 lid 6, aanhef en onder b, Wvggz.

3.6.

Gelet op het voorgaande, veroorzaakt de stoornis ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

  • ernstige psychische schade;
  • maatschappelijke teloorgang;
  • de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
3.7.

Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.

3.8.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbeert betrokkene aan enig ziektebesef. Hierdoor mijdt betrokkene de noodzakelijke zorg. Na afwijzing van een zorgmachtiging in 2023, heeft betrokkene ieder behandelcontact en zijn medicatie gestaakt. Anders dan betrokkene meent, is niet slechts sprake van overspannenheid. Betrokkene raakt ten gevolge van zijn gedrag voortkomend uit zijn psychische stoornis in conflict met anderen. Dit gebeurt in de thuissituatie, in de accommodatie en voorheen op zijn werk. Om behandeling mogelijk te maken, acht de rechtbank daarom verplichte zorg nodig. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

3.9.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie gedurende twaalf maanden;

- het verrichten van medische controles gedurende twaalf maanden;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening gedurende twaalf maanden;

- het beperken van de bewegingsvrijheid gedurende twaalf maanden;

- insluiten gedurende telkens maximaal twee weken;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene gedurende telkens maximaal twee weken;

- onderzoek aan kleding of lichaam gedurende twaalf maanden;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het houden aan afspraken met het ambulante behandelteam gedurende twaalf maanden;

- opnemen in een accommodatie gedurende twaalf maanden.

3.10.

Betrokkene is niet bekend met middelengebruik om welke reden de rechtbank verplichte zorg in de vorm van ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ afwijst.

3.11.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de vormen van zorg die zien op de (gesloten) opname in de accommodatie in duur te bekorten, zoals de advocaat van betrokkene bepleit. Betrokkene is al enige maanden opgenomen en verblijft thans op de open afdeling. Hoewel ontslag uit de accommodatie mogelijk binnen enkele weken volgt, is dit niet te voorspellen. De behandelaar heeft ter zitting naar voren gebracht dat ook nog wordt onderzocht of, alvorens betrokkene met ontslag kan, een opname in een andere kliniek nodig is om betrokkene nog verder te stabiliseren. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat deze zorgmachtiging er in moet voorzien een nieuwe opname mogelijk te maken voor het geval dat het opnieuw niet goed met betrokkene gaat en ambulante zorg niet langer afdoende is.

3.12.

De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 3.9. kunnen worden getroffen;

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 maart 2027;

4.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026 door mr. A. van Luijck, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Vos, griffier en op schrift gesteld op 11 maart 2026.
De griffier is buiten staat deze
beschikking te ondertekenen

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.