Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Amsterdam, 5 juni 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7905Zaaknummer C/13/787572 / JE RK 26-366
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 juni 2026
- Publicatiedatum
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/13/787572 / JE RK 26-366
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij ouder met gezag. Vaststaat dat er het afgelopen jaar onvoldoende van de grond is gekomen, de eerder vastgestelde doelen niet zijn behaald en er veel misgaat vanuit de WSS. Dat is onbegrijpelijk. Tijdens de vorige zitting in 2025 is ook al de noodzaak van het perspectiefonderzoek besproken. Het is dan ook verbazingwekkend dat dat nog niet is opgestart door de WSS. De WSS moet nu echt regie gaan voeren, zodat er over een jaar wel daadwerkelijk (positieve) stappen zijn gezet.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar, te weten tot 10 juni 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader met gezag voor de duur van een jaar, te weten tot 10 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. E.M. Devis, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.F. Hulskes als griffier, en op schrift gesteld op 17 juni 2026. |
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummers: C/13/787572 / JE RK 26-366
Datum mondelinge uitspraak: 5 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over het verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de WSS,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2016 in [woonplaats 1], hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder], hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 2],
advocaat mr. M.S. Gerson, Amsterdam.
en
[de vader], hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 3].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 8 mei 2026;
- het verzoek van de vader met betrekking tot vervangende toestemming, ontvangen op 1 juni 2026;
- het verzoek van de vader met betrekking tot wisseling hoofdverblijfplaats, ontvangen op 1 juni 2026;
- de aanvullende stukken van de GI, ontvangen op 1 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2], namens de WSS;
- mevrouw [naam 3], namens het Leger des Heils (hierna: LdH).
[minderjarige] is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken. [minderjarige] heeft, afzonderlijk en achter gesloten deuren, een gesprek gehad met de kinderrechter. De kinderrechter heeft tijdens de zitting kort samengevat wat [minderjarige] heeft verteld, zodat partijen daarop hebben kunnen reageren.
2 De feiten
De vader en moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 juni 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 10 juni 2025.
Bij beschikking van 13 november 2024 is een spoedmachtiging verleend tot de uithuisplaatsing van [minderjarige] voor verblijf bij de vader met gezag. Bij beschikking van 25 en 29 november 2024 is de machtiging tot de uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader met gezag verleend tot, eerst 11 december 2024, en daarna tot 13 mei 2025.
Bij beschikking van 8 mei 2025 is de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader verlengd tot 10 juni 2025. Bij dezelfde beschikking zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 10 juni 2026.
3 Het verzoek
De WSS verzoekt de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder met gezag, te weten bij de vader, voor de duur van één jaar te verlengen. De WSS verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De WSS
De WSS heeft tijdens de zitting onder verwijzing naar de inleidende stukken gepersisteerd bij het verzoek. Vanwege afwezigheid van de vaste gezinsmanager, is het verzoekschrift inhoudelijk niet verder aangevuld. Uit de stukken blijkt het volgende. Na de vorige verlenging van de ondertoezichtstelling is het contact tussen [minderjarige] en de moeder voorzichtig opgepakt. Het contact is begonnen met beeldbellen, maar ook dit bracht veel spanning bij [minderjarige] teweeg. Hij wilde daarom minder vaak bellen. Vervolgens heeft de moeder heel resoluut besloten dan helemaal niet meer te bellen. De WSS is van mening dat er contact moet komen met tussen [minderjarige] en de moeder, maar dit moet wel op een goede manier gebeuren, omdat [minderjarige] anders nog meer beschadigd raakt. Er is de afgelopen periode verder geen contact meer geweest tussen [minderjarige] en de moeder. De WSS begrijpt dat dit onacceptabel is.
De moeder vindt het heel moeilijk dat [minderjarige] bij de vader woont. Zij is heel erg boos op de vader en zijn nieuwe partner en is van mening dat zij [minderjarige] bespelen. De WSS ziet dat moeder het beste wil voor [minderjarige], maar dat zij, mede door haar eigen trauma, moeilijk in het belang van [minderjarige] kan denken. Ook de ingezette hulpverlening waaronder het KINGS-traject en Amsta-zorg zijn niet van de grond gekomen, omdat het trauma van de moeder nog op de voorgrond ligt.
De vader doet zijn best om samen met zijn partner voor [minderjarige] te zorgen. Dit gaat goed; [minderjarige] is meer op zijn gemak, gaat goed mee in het gezin en hij heeft minder last van tics.
Ouders kunnen niet met elkaar kunnen communiceren en hebben beiden een andere visie op wat belangrijk en goed is voor [minderjarige]. Hierdoor wordt er niet in het belang van [minderjarige] gekeken en stagneert de hulpverlening voor [minderjarige]. Dit is de reden dat de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar moet worden verlengd. Samen met de hulpverlening zal er verder gewerkt moeten worden aan het contact tussen [minderjarige] en de moeder, maar zal ook het perspectiefonderzoek bij de vader uitgewerkt moeten worden. Dit onderzoek is tot op heden nog niet gestart.
De moeder en haar advocaat
De moeder voert geen verweer tegen het verzoek van de WSS, ondanks dat het verzoek op verouderde informatie is gebaseerd. [minderjarige] en de moeder hebben al anderhalf jaar geen fysiek contact met elkaar gehad. De moeder is realistisch en begrijpt dat [minderjarige] daarom niet direct bij haar teruggeplaatst kan worden. De grootste wens van de moeder is dat in ieder geval het contact tussen [minderjarige] en haar wordt opgebouwd. Op dit moment komt er niets van de grond, is er onvoldoende informatiewisseling en is er geen contact vanuit de WSS. Zolang de moeder aan de zijlijn staat en er continue sprake is van miscommunicatie, zal de samenwerking nooit soepel gaan verlopen. Het is van groot belang dat de moeder goed wordt geïnformeerd over belangrijke zaken omtrent [minderjarige], zodat zij tijdig kan meewerken en de benodigde toestemming kan verlenen voor onder andere de behandeling van [minderjarige] bij Team Jeugd en Gezin. De ruis en spanningen worden alsmaar groter, doordat de moeder buiten wordt gesloten. Het vertrouwen in de WSS, en in de vader, moet hersteld worden.
Daarnaast benadrukt de moeder dat het perspectiefonderzoek losstaat van contactherstel. Bovendien stelt de moeder dat er op dit moment überhaupt weinig waarde kan worden gehecht aan het perspectiefonderzoek. [minderjarige] vervreemdt namelijk van de thuissituatie van de moeder. Er dient de komende periode daarom veel te worden ingezet op contactherstel tussen [minderjarige] en de moeder, wellicht met inzet van Team Jeugd en Gezin.
De voorkeur van de moeder gaat ernaar uit om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van zes maanden, zodat de druk bij de WSS wordt opgevoerd. Het is van belang dat de WSS zo snel mogelijk de leiding gaat nemen en alles gaat inzetten voor [minderjarige], zodat de doelen behaald gaan worden.
De vader
De vader is het eens met de verzoeken van de WSS. Tijdens de zitting heeft de vader naar voren gebracht dat er zo snel mogelijk vanuit de moeder toestemming gegeven dient te worden voor de behandeling van [minderjarige] bij Team Jeugd en Gezin. Als dat niet gebeurt, zal hij namelijk weer onderaan de wachtlijst komen.
Vanaf het moment dat de uithuisplaatsing is uitgesproken, stuurt de vader maandelijks een uitgebreide e-mail met foto’s en belangrijke informatie over [minderjarige] naar de WSS, zodat dit doorgestuurd kan worden naar de moeder. Het ligt dan ook aan de WSS dat de moeder deze informatie niet heeft ontvangen.
De afgelopen periode zijn er belmomenten afgesproken, maar werd door de moeder niet opgenomen. Bovenop het feit dat [minderjarige] al gespannen was voor die belmomenten, is hierdoor zijn vertrouwen ook beschadigd geraakt. De vader wil benadrukken dat er mogelijkheden zijn geweest voor contactherstel, maar dat de moeder deze kansen niet aangrijpt. Dat ligt dus niet enkel aan de afwezigheid van de WSS, maar ook aan de houding van de moeder.
Het is belangrijk dat het perspectiefonderzoek van start gaat. Dat zal veel duidelijkheid met zich meebrengen en rust geven voor de toekomst van [minderjarige]. [minderjarige] ervaart veel stress en spanning. Daardoor heeft hij op school zelfs een paniekaanval gehad. Dat hoort een kind van negen jaar niet te krijgen. Het is voor de vader dan ook onbegrijpelijk dat het perspectiefonderzoek nog niet is uitgevoerd.
5 De beoordeling
De kinderrechter stelt voorop dat de vader verzoeken heeft gedaan over de zomervakantie, therapie voor [minderjarige] en het hoofdverblijf. De kinderrechter laat deze verzoeken echter buiten beschouwing, nu de vader deze niet op de juiste wijze – met behulp van een advocaat - heeft ingediend. De kinderrechter merkt wel op het positief te vinden dat de moeder ter zitting heeft aangegeven haar toestemming te zullen verlenen voor de vakantie en de behandeling van [minderjarige]. Het is fijn dat dit zonder tussenkomst van een rechter kon worden geregeld. Ten aanzien van de verzoeken van de WSS overweegt de kinderrechter het volgende.
De kinderrechter kan een ondertoezichtstelling verlengen als nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige en ouders de noodzakelijke hulp niet of onvoldoende accepteren (sub a) en te verwachten is dat ouders binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding in staat zijn te dragen (sub b) (artikel 1:260, eerste lid, en artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
De kinderrechter kan ook de machtiging tot uithuisplaatsing op verzoek van de gecertificeerde instelling voor de duur van ten hoogste één jaar verlengen als dat noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van de geestelijke of lichamelijke gesteldheid van de minderjarige (artikel 1:265c, tweede lid, en artikel 1:265b, eerste lid, van het BW).
De kinderrechter zal de verzoeken van de WSS toewijzen en overweegt daartoe als volgt. Uit de overlegde stukken en de behandeling ter zitting is voldoende gebleken dat [minderjarige] nog in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Vaststaat dat er het afgelopen jaar onvoldoende van de grond is gekomen, de eerder vastgestelde doelen niet zijn behaald en er veel misgaat vanuit de WSS. Dat is onbegrijpelijk. Het is voor [minderjarige] noodzakelijk dat hij meer duidelijkheid krijgt over zijn perspectief. Tijdens de vorige zitting in 2025 is ook al de noodzaak van het perspectiefonderzoek besproken. Het is dan ook verbazingwekkend dat dat nog niet is opgestart door de WSS. Dit levert onnodig spanning op, niet alleen bij de ouders, maar ook en vooral bij [minderjarige].
Naar het oordeel van de kinderrechter staat het contactherstel tussen [minderjarige] en de moeder los van het perspectiefonderzoek. Het is heel erg belangrijk dat [minderjarige] en de moeder weer contact met elkaar gaan hebben. Er moet gekeken worden op welke manier dit tot stand kan worden gebracht. Het is van belang dat daar het komende jaar vol op wordt ingezet en dat zorgvuldig wordt gekeken naar wat [minderjarige] nodig heeft om dit op een voor hem fijne manier vorm te geven. [minderjarige] vindt contact met de moeder op dit moment namelijk nog heel spannend.
De komende periode dient aan de volgende doelen gewerkt te worden:
- [minderjarige] wordt de juiste hulpverlening geboden, zodat hij nare gebeurtenissen uit het verleden kan verwerken;
- er wordt gewerkt aan contactherstel en een goede en veilige zorgregeling tussen [minderjarige] en de moeder;
- het perspectiefonderzoek wordt uitgevoerd, zodat er meer duidelijkheid komt voor zowel [minderjarige] als voor de ouders.
Om deze doelen te kunnen behalen, acht de kinderrechter een periode van een jaar passend.
De kinderrechter merkt ten slotte het volgende op. Tijdens de zitting is gebleken dat de WSS via het verkeerde e-mailadres contact opneemt met de moeder, terwijl dit bij de zitting in 2025 al aan de orde is geweest. Dit zorgt er tevens voor dat de verhouding tussen de ouders verslechtert, nu de informatiemails die de vader voor de moeder heeft geschreven haar niet hebben bereikt. Bovendien is het onacceptabel dat het verzoekschrift op verouderde gegevens is gebaseerd en er niet concreet aan de eerder vastgestelde doelen is gewerkt. De kinderrechter begrijpt daarnaast niet hoe het kan dat de hulpverlening aan [minderjarige] nog steeds niet van de grond is gekomen. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de moeder wel degelijk toestemming wil geven aan een traject voor [minderjarige], maar dat zij dan wel graag wil weten wat dat traject inhoudt. Dat is geen gekke wens van een moeder met gezag. Het is belangrijk dat de moeder goed wordt meegenomen in de hulp die voor [minderjarige] wordt ingezet. Gelet op de slechte verstandhouding van de ouders, is het aan de WSS om dit te doen. De WSS moet kortom nu echt regie gaan voeren, zodat er over een jaar wel daadwerkelijk (positieve) stappen zijn gezet. Er is voor alle betrokkenen werk aan de winkel, zodat [minderjarige] op een veilige en gezonde manier kan opgroeien.
Mitsdien zal als volgt worden beslist.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar, te weten tot 10 juni 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader met gezag voor de duur van een jaar, te weten tot 10 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. E.M. Devis, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.F. Hulskes als griffier, en op schrift gesteld op 17 juni 2026. |
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.