Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Amsterdam, 31 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7806Zaaknummer 12191456 CV EXPL 26-5752
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 31 juli 2026
- Publicatiedatum
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12191456 CV EXPL 26-5752
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proceskostenveroordeling, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak. Duurovereenkomst voor internetdiensten van 24 maanden. De vordering tot betaling van achterstallige en resterende termijnen wordt toegewezen, omdat gedaagde geen goede reden heeft om niet te betalen voor de geleverde diensten.
2 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Proximedia te betalen een bedrag van € 5.726,55 (bestaande uit € 5.209,27 aan hoofdsom en € 517,28 aan wettelijke rente tot 17 maart 2026), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het bedrag € 5.209,27, met ingang van 17 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan Proximedia te betalen een bedrag van € 635,46 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.553,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. D. Sullivan en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de rechter.
Volledige tekst
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12191456 \ CV EXPL 26-5752
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 31 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PROXIMEDIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Proximedia,
gemachtigde: PUURNouta,
tegen
[gedaagde] (V.H.O.D.N. [bedrijf]),
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. D. Sullivan, kantonrechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw als griffier.
Aanwezig zijn:
- [naam], werkzaam bij Proximedia,
- mr. R. Erkelens, namens PuurNouta,
- [gedaagde].
De kantonrechter gaat over tot de mondelinge behandeling.
De volgende stukken zijn op de zitting aan het procesdossier toegevoegd:
- de aanvullende producties van Proximedia, met producties 14 tot en met 16.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen of hun gemachtigden zakelijk weergegeven hebben gezegd. Die aantekeningen zijn in het dossier gevoegd. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1 De beoordeling
Proximedia vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 5.209,27, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De hoofdsom bestaat uit openstaande facturen (€ 1.030,27) en resterende termijnen (eenentwintig maal € 199,- = € 4.179,-).
De rechtbank zal de hoofdvordering van Proximedia volledig toewijzen en de nevenvorderingen deels. Dit betekent dat [gedaagde] geen gelijk krijgt in deze zaak. Zij legt dit hierna uit.
De hoofdsom
Partijen hebben op 2 februari 2024 een duurovereenkomst gesloten voor 24 maanden op basis waarvan Proximedia onder meer een website voor [gedaagde] heeft ontwikkeld (hierna: de overeenkomst). [gedaagde] moest hiervoor dossierkosten en een maandbedrag betalen aan Proximedia. Hij heeft dit alleen niet gedaan.
[gedaagde] heeft hierover gezegd dat hij vindt dat hij niet hoeft te betalen omdat Proximedia een website heeft gebouwd waar informatie op stond die niet mocht van de wet. Proximedia had dit moeten weten en had daarom de informatie niet mogen plaatsen. [gedaagde] heeft hierover ook contact opgenomen met Proximedia. In het begin pasten zij nog dingen aan, maar op een gegeven moment niet meer.
Proximedia heeft hiertegen gezegd dat zij alleen informatie heeft geplaatst die door [gedaagde] zelf is aangeleverd. Dat dit in strijd is met de wet, is haar niet gebleken. Bovendien is zij niet verplicht om alle wetten, waaronder specialistische wetten, te kennen.
[gedaagde] heeft geen goede reden gegeven om niet te betalen voor de door Proximedia geleverde diensten. Proximedia heeft conform de overeenkomst een website gebouwd voor [gedaagde] met de door hem aangeleverde informatie. Het is aan [gedaagde] om kloppende informatie aan te leveren. Van Proximedia kan niet worden verwacht dat zij de inhoud van alle aan haar geleverde informatie controleert. [gedaagde] heeft bovendien gezegd dat hij in het begin aan Proximedia heeft gevraagd om dingen op de website aan te passen en Proximedia dit ook heeft gedaan. Ook toen is [gedaagde] niet gaan betalen.
Dit betekent dat [gedaagde] de hoofdsom van € 5.209,27 aan Proximedia moet betalen.
De rente
[gedaagde] moet de gevorderde wettelijke handelsrente over de hoofdsom ook betalen. Het gaat hier namelijk om een overeenkomst die tussen partijen is aangegaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De gevorderde wettelijke handelsrente voor de periode tot 17 maart 2026 van € 517,28, en de gevorderde wettelijke handelsrente vanaf 17 maart 2026 wordt dan ook toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
Proximedia heeft ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Volgens haar is de hoogte van die kosten 15% van de hoofdsom omdat dit in artikel 7 van de overeenkomst is bepaald. Dit artikel ziet alleen niet op buitengerechtelijke incassokosten. De vordering van Proximedia in dit kader zal daarom deels worden afgewezen en voor de hoogte van de toewijsbare buitengerechtelijke incassokosten zal worden aangesloten bij het wettelijke tarief, namelijk € 635,46.
Proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Proximedia worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 130,84 | |
| - griffierecht | € | 559,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 720,00 | (2 punten × € 360,00) |
| - nakosten | € | 144,00 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 1.553,84 |
Uitvoerbaar bij voorraad
De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordelingen ook moeten worden uitgevoerd als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld en zolang daarop niet anders is beslist.
2 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Proximedia te betalen een bedrag van € 5.726,55 (bestaande uit € 5.209,27 aan hoofdsom en € 517,28 aan wettelijke rente tot 17 maart 2026), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het bedrag € 5.209,27, met ingang van 17 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan Proximedia te betalen een bedrag van € 635,46 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.553,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. D. Sullivan en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de rechter.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.