Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Amsterdam, 8 juni 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:7082Zaaknummer 12229639 \ KK EXPL 26-301

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
12229639 \ KK EXPL 26-301
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding, vordering opheffing van de opgelegde huurdersblokkade waardoor huurders niet in aanmerking kunnen komen voor een sociale huurwoning van verhuurder, belangenafwezig.

2 De beslissing

De kantonrechter:

2.1.

wijst de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] af,

2.2.

veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de proceskosten van € 649,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

2.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Waarvan proces-verbaal,

Volledige tekst

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12229639 \ KK EXPL 26-301

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 8 juni 2026

in de zaak van

1 [eiser 1],

wonende te [woonplaats 1] ,2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats 2],

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eiser 1] en [eiser 2],

gemachtigde: mr. G.Z. Khalilova,

tegen

STICHTING YMERE,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Ymere,

gemachtigde: mr. B. Schildwacht (bedrijfsjurist).

Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.

De zaak wordt behandeld door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, bijgestaan door mr. H. Heida als griffier.

Aanwezig zijn:

- [eiser 1] en [eiser 2], bijgestaan door de gemachtigde,

- namens Ymere mevrouw [naam] (consulent), bijgestaan door de gemachtigde.

Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht, Ymere aan de hand van spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen de volgende mondeling uitspraak gedaan.

1 De beoordeling

1.1.

[eiser 1] en [eiser 2] komen in [woonplaats 1] bij Ymere het snelst in aanmerking voor een nieuwe sociale huurwoning. Zij vorderen in deze procedure - samengevat - opheffing van de door Ymere opgelegde huurdersblokkade waardoor zij niet in aanmerking kunnen komen voor een sociale huurwoning van Ymere.

Eisvermeerdering

1.2.

Ter zitting hebben [eiser 1] en [eiser 2] een eisvermeerdering ingediend. Het bezwaar van Ymere hiertegen wordt afgewezen omdat deze vermeerdering een specificering betreft van hetgeen al was gevorderd. Ymere kan ook reageren op deze eis tijdens de mondelinge behandeling en de eisvermeerdering is dan ook niet in strijd met de goede procesorde.

Toetsingskader kort geding

1.3.

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser 1] en [eiser 2] daarbij een spoedeisend belang hebben. De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen. Uit de aard van de vordering en omstandigheden volgt het spoedeisend belang.

Belangenafweging

1.4.

Ymere heeft ter terechtzitting aangegeven dat zij heeft besloten tenminste voor vijf jaar geen huurovereenkomst met [eiser 2] aan te willen gaan. Deze vijf jaar worden gerekend vanaf 9 juni 2023. De vraag die dus voorligt is of het voldoende aannemelijk is dat Ymere dit zo heeft mogen besluiten of dat zij onrechtmatig handelt door momenteel geen huurovereenkomst aan te willen gaan met [eiser 2].

1.5.

Ymere is een toegelaten instelling in de zin van artikel 19 van de Woningwet en heeft een maatschappelijke doelstelling op het gebied van volkshuisvesting. Zij beheert de schaarse sociale huurwoningen en dient bij de toewijzing van woningen zorgvuldig te handelen. Dat laat onverlet dat er ook voor Ymere contractvrijheid bestaat. De vraag is of Ymere met inachtneming van de belangen van Ymere, maar ook die van [eiser 1] en [eiser 2], op zorgvuldige wijze in redelijkheid tot voornoemd besluit heeft mogen komen. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

1.6.

[eiser 2] had tot en met 9 juni 2023 een huurovereenkomst met Ymere voor een woning in Hoofddorp. Deze overeenkomst is na de ontdekking van een hennepplantage in de woning opgezegd door [eiser 2]. Hierbij is door [eiser 2] aangegeven al geruime tijd in het buitenland te verblijven. Met betrekking tot deze huurovereenkomst is [eiser 2] fors tekort geschoten. Er is voor tienduizenden euro’s schade aangericht aan de woning, de woning werd niet bewoond door [eiser 1] en [eiser 2] en is gebruikt voor een grootschalige en professionele hennepkwekerij. Weliswaar is [eiser 2] hiervoor niet strafrechtelijk veroordeeld maar deze gedragingen maken wel dat er sprake is van een wanprestatie jegens Ymere als verhuurder. De gedragingen waren in strijd met de huurovereenkomst en civielrechtelijke huurbepalingen zoals goed huurderschap.

1.7.

De belangen van [eiser 1] en [eiser 2] enerzijds zijn dat zij als gezin willen samenwonen in een eigen woning. Het is duidelijk dat het voor de kinderen belangrijk is dat hun vader structureel in hun leven aanwezig is. Ook het belang van [eiser 1], en haar moeder, waar [eiser 1] met de kinderen thans woont, is duidelijk geworden. Gezien haar leeftijd is het voor de (groot)moeder niet wenselijk om samen te wonen met haar jonge kleinkinderen.

1.8.

Daar staan de belangen van Ymere tegenover. [eiser 1] heeft gereageerd op woningen van Ymere maar doordat zij gehuwd is met [eiser 2] wordt hij van rechtswege medehuurder. Vanwege zijn voornoemde wanprestatie beroept Ymere zich op haar contractsvrijheid om vooralsnog geen nieuwe huurrelatie met hem aan te gaan. Het geeft volgens Ymere ook geen pas om een huurder die zoveel schade heeft berokkend, nu al weer toe te laten tot een andere woning. Verder was Ymere in de veronderstelling dat [eiser 1] en [eiser 2] naar het buitenland waren vertrokken, dit was immers door [eiser 2] zo gecommuniceerd. Ymere heeft daarom haar standpunt ten aanzien van de blokkade niet direct aan hen gecommuniceerd. Ymere wijst er verder nog op dat [eiser 1] en [eiser 2] niet dakloos zijn.

1.9.

De kantonrechter is van oordeel dat voorshands niet kan worden aangenomen dat Ymere onrechtmatig handelt door op dit moment geen huurovereenkomst met [eiser 1] en [eiser 2] aan gaan. Ymere heeft voldoende toegelicht dat zij maatwerk heeft geleverd en een afweging heeft gemaakt die niet onbegrijpelijk is en waarin alle belangen zijn meegenomen. Er is niet gebleken van een vaststaand beleid van Ymere dat had moeten worden gecommuniceerd aan [eiser 1] en [eiser 2]. Van onzorgvuldig handelen door Ymere is dan ook niet gebleken.

1.10.

Uit het voorgaande volgt de conclusie dat de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] zullen worden afgewezen.

Proceskosten

1.11.

[eiser 1] en [eiser 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ymere worden begroot op:

- salaris gemachtigde€577,00
- nakosten€72,00
Totaal€649,00

2 De beslissing

De kantonrechter:

2.1.

wijst de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] af,

2.2.

veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de proceskosten van € 649,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

2.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Waarvan proces-verbaal,

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.