Uitspraak · Europees strafrecht
Rechtbank Amsterdam, 10 juni 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:6511Zaaknummer 13/269270-24
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 juni 2026
- Publicatiedatum
- 29 juni 2026
- Zaaknummer
- 13/269270-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek om aanvullende toestemming uit Tsjechië. Het verzoek bevat geen vermelding van een nationaal aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing.Verzoek afgewezen.
De rechtbank:
WIJST AF het verzoek om toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [de overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 10 juni 2026 door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. L. Baroud en A.B.M. Wijnveldt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-269270-24
Datum beslissing: 10 juni 2026
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 17 februari 2026, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door de Okresní soud (Arrondissementsrechtbank) in Bruntál, Tsjechië en betreft:
[de overgeleverde persoon],
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] (voormalig Tsjecho-Slowakije),
thans gedetineerd in Tsjechië,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
1 Beoordeling
Het verzoek bevat niet alle gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Het verzoek bevat immers geen vermelding van een nationaal aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing.
In verband met het voorgaande zal het verzoek worden afgewezen. De rechtbank komt daardoor niet toe aan een beoordeling van de vraag of de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken (vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63).
De rechtbank wijst het verzoek af.
2 Beslissing
De rechtbank:
WIJST AF het verzoek om toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [de overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 10 juni 2026 door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. L. Baroud en A.B.M. Wijnveldt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.