Uitspraak · Europees strafrecht
Rechtbank Amsterdam, 26 maart 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3924Zaaknummer 13/314454-25
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 maart 2026
- Publicatiedatum
- 6 mei 2026
- Zaaknummer
- 13/314454-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Executie EAB uit Polen. Voortzetting onderzoek ter zitting na tussenuitspraak van 10 februari 2026 (ECLI:NL:RBAMS:2026:1392). Overlevering toegestaan.
6 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the 2nd Criminal Division of the Regional Court in Ostrołęka, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/314454-25 (EAB I)
Datum uitspraak: 26 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 28 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_ac05feb3-526d-4f8c-9345-ab2dbe2a1f40]
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 oktober 2025 door the 2nd Criminal Division of the Regional Court in Ostrołęka, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1997,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [detentieplaats],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
Zitting 27 januari 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 27 januari 2026, in aanwezigheid van mr. J.J.M. Asbroek, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T.F. Ormel, die waarneemt voor mr. F.D.W. Siccama, beide advocaat in Amsterdam-Duivendrecht, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[_2a9ab0eb-a82a-4e38-948d-46a226fcec0a]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak 10 februari 2026 [_cf1fd617-9811-4177-a311-6b06be2f46b1]
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om deze zaak gelijktijdig af te kunnen doen met de zaak met parketnummer 13/153123-24 (EAB II). In de zaak van EAB II bestonden nog vragen omtrent de detentieomstandigheden in het Poolse remand regime.
De rechtbank heeft de beslistermijn verlengd met 60 dagen op grond van artikel 22, vierde lid OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27 derde lid OLW.
Zitting 12 maart 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T.F. Ormel, die waarneemt voor mr. F.D.W. Siccama, en door een tolk in de Poolse taal.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3 Tussenuitspraak van 10 februari 2026
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW, de strafbaarheid van de feiten en over de toetsing aan artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Op de zitting van 12 maart 2026 heeft geen verdere behandeling van het onderhavige EAB plaatsgevonden.
4 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.
5 Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.
6 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the 2nd Criminal Division of the Regional Court in Ostrołęka, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 22 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 27 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 12 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 11 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 2 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 311 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 29 OLW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.