Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Amsterdam, 27 mei 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10456Zaaknummer C/13/772141 / HA ZA 25-1264
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 mei 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/13/772141 / HA ZA 25-1264
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing vorderingen tot terugbetaling van betaalde bedragen. Geen sprake van tekortkoming of druk vanuit gedaagde. Toewijzing van rente en buitengerechtelijke kosten vanwege een betaling die pas na dagvaarding is verricht. Afwijzing beroep op verrekening van gedaagde.
De rechtbank
veroordeelt CSC tot betaling aan Annicett van de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het bedrag van € 30.010,00 vanaf 25 maart 2025 tot 3 september 2025,
veroordeelt CSC tot betaling aan Annicett van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.075,10,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Higler-Huisman en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/772141 / HA ZA 25-1264
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ANNICETT NIGERIA LIMITED,
te Ikoyi Lagos (Nigeria),
eisende partij,
advocaat: mr. [advocaat],
tegen
CONTROLS SUPPLY CHAIN B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
advocaat: mr. M.C. Evertse.
Partijen zullen hierna Annicett en CSC worden genoemd.
De zaak in het kort
Annicett heeft verschillende onderdelen bij CSC besteld. Zij vordert nu terugbetaling van drie betaalde facturen, omdat CSC zou zijn tekortgeschoten bij de levering en Annicett bij een andere factuur ten onrechte onder druk zou zijn gezet om te betalen.
Eén betaling heeft CSC na het uitbrengen van de dagvaarding al terugbetaald. Daarover wordt alleen nog de rente toegewezen. De vorderingen tot terugbetaling van de andere bedragen wordt afgewezen, omdat niet is gebleken van een tekortkoming of druk vanuit CSC. Het beroep op verrekening van CSC wordt ook afgewezen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 juni 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord van CSC, met producties, tevens incidentele conclusie tot zekerheidstelling voor proceskosten ex artikel 224 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv),
- de incidentele conclusie van antwoord van Annicett,
- het bericht van de griffie aan Annicett van 7 november 2025,
- het antwoord daarop van Annicett van 26 november 2025,
- het vonnis in incident van 17 december 2025,
- het tussenvonnis van 21 januari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het eenstemmige uitstelverzoek van 11 februari 2026, waarna de mondelinge behandeling is verplaatst naar 14 april 2026,
- het bericht van CSC van 23 februari 2026,
- de reactie daarop van Annicett van 25 februari 2026,
- het bericht van de rechtbank van 27 februari 2026,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 april 2026, waarvan aantekeningen zijn gemaakt, en de in het proces-verbaal vermelde stukken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Annicett is een onderneming gespecialiseerd in het leveren en installeren van appendages en onderdelen (zoals pompen en afsluiters) aan de olie-industrie in Nigeria. CSC runt een groothandel in meet- en regelapparaten. Annicett heeft bij CSC op verschillende momenten onderdelen besteld.
Annicett heeft op 30 november 2023 diverse bestellingen bij CSC gedaan. De bestelling met referentie [referentienummer 1] (bestelling 1), waar middels de factuur met factuurnummer [factuurnummer 1] (factuur 1) een bedrag van € 20.040,00 voor in rekening is gebracht, is correct geleverd.
De tweede bestelling heeft als referentie [referentienummer 2] (bestelling 2). Middels de factuur met factuurnummer [factuurnummer 2] (factuur 2) is hiervoor een bedrag van € 20.040,00 in rekening gebracht en betaald.
De derde bestelling, met referentie [referentienummer 3], is in rekening gebracht middels de factuur met factuurnummer [factuurnummer 3] (factuur 3). Deze factuur van € 30.010,00 is betaald op 28 december 2023. Deze bestelling is per e-mail van 2 april 2024 geannuleerd. Op 25 maart 2025 heeft Annicett CSC verzocht om terugbetaling van het factuurbedrag. Op 3 september 2025 is dit bedrag aan Annicett terugbetaald.
Op 12 maart 2024 heeft CSC Annicett bericht dat zij zoveel extra werk heeft aan de bestellingen van Annicett, dat zij daarvoor extra kosten in rekening gaat brengen. Dit resulteert op 30 april 2024 in een factuur van € 10.050,00 (factuur 4). Over deze factuur schrijft Annicett in haar e-mail van 6 juni 2024 aan CSC het volgende:We apologies again for the inconveniences caused.
Kindly deduct the amount from the money as earlier advised as we continue to engage the end user.
We have only resorted to this option as we are willing to pay and have continuous business relationship with your good self.
CSC heeft vervolgens laten weten daarmee niet akkoord te gaan en verzocht om betaling. Betaling van factuur 4 heeft op 10 juni 2024 plaatsgevonden.
Op 11 juni 2024 heeft een e-mailwisseling plaatsgevonden tussen partijen, waarin wordt bevestigd dat de bestelling klaar staat om opgehaald te worden. Een referentie of factuurnummer ontbreekt in deze e-mail, zodat onduidelijk is of deze mailwisseling ziet op bestelling 1 of bestelling 2.
In de algemene voorwaarden van CSC staat, voor zover relevant, het volgende:
Artikel 9. Taking Delivery
Goods are delivered Ex Works (EXW). Controls Supply Chain B.V. will place the Goods at the disposal of the Customer at its warehouse on the date or within the period stipulated or, if no such place or time is stipulated, at the usual place and time for delivery of such Goods.
(…)
The Customer will pick-up the Goods on the delivery date or within five days after the delivery date, failing which the goods will be stored at Customer’s cost and risk. Any storage costs shall be paid before pick-up.
(…) Article 17. Applicable law/competent court
Dutch law applies to every Quotation of Control Supply Chain B.V., the Contract and these General Terms, with the Court of Amsterdam as the competent authority. Controls Supply Chain B.V. may however direct a dispute to a court at the location of the Customer.
The Vienna Convention (CISG) is explicitly excluded.
3 Het geschil
Annicett vordert – samengevat en na vermindering van haar eis ter zitting – om CSC te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 30.090,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente van € 5.034,00 tot datum dagvaarding, en de buitengerechtelijke incassokosten van € 3.005,00. Verder vordert zij betaling van de wettelijke handelsrente over het bedrag van € 30.010,00 dat op 3 september 2025 aan haar is terugbetaald.
Annicett legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. CSC is tekortgeschoten in de nakoming van diverse overeenkomsten. Zij heeft bestelling 1 geleverd. Van de andere bestellingen heeft zij de prijs na totstandkoming van de overeenkomst verhoogd en geweigerd de bestellingen tegen de overeengekomen prijs uit te leveren. Annicett heeft wel voor de bestellingen betaald, en CSC weigert terugbetaling. Daarmee is zij ernstig toerekenbaar tekortgeschoten. Uiteindelijk heeft Annicett de overeenkomsten ontbonden. Op de vorderingen is volgens Annicett het Weens Koopverdrag van toepassing (CISG), omdat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van CSC niet overeengekomen is en niet ter hand zijn gesteld.
CSC voert verweer. CSC concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Annicett, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Annicett, met veroordeling van Annicett in de kosten van deze procedure. CSC voert daartoe aan dat zij niet tekortgeschoten is in de nakoming van bestelling 2, nu deze al lange tijd klaarligt om door Annicett opgehaald te worden. De derde bestelling kon, omdat Annicett niet de juiste technische specificaties had doorgegeven, niet worden geleverd voor de aanvankelijke prijs. Die bestelling is geannuleerd en uiteindelijk terugbetaald. Over dat bedrag is hooguit wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment dat Annicett haar heeft aangeschreven, zijnde 25 maart 2025, tot de betaling van 3 september 2025. Door de verkeerde specificaties in bestellingen had CSC zoveel extra werk dat zij bij Annicett middels factuur 4 een extra bedrag in rekening heeft gebracht. Annicett heeft daarmee ingestemd, zodat dit bedrag niet hoeft te worden terugbetaald.
CSC voert ook aan dat het recht van Annicett om te klagen over de bestellingen vervallen is omdat zij daarmee te laat was. Het geschil moet verder niet worden beoordeeld aan de hand van het CISG, want de toepasselijkheid daarvan is uitgesloten in de algemene voorwaarden van CSC, die op alle overeenkomsten van CSC van toepassing zijn.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Voordat dit geschil inhoudelijk kan worden beoordeeld, moet worden gekeken welk recht van toepassing is, omdat Annicett is gevestigd in Nigeria. Annicett stelt dat gekeken moet worden naar het CISG, terwijl CSC wijst op haar algemene voorwaarden, waarin staat dat Nederlands recht van toepassing is met uitsluiting van het CISG. Voor beantwoording van deze vraag is van belang of partijen overeengekomen zijn dat de algemene voorwaarden van CSC van toepassing zijn. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend, en wel om het volgende.
Algemene voorwaarden
Uitgangspunt in deze zaak is dat op de overeenkomsten tussen partijen (koopovereenkomst) de bepalingen van het CISG van toepassing zijn, tenzij partijen de toepasselijkheid daarvan contractueel hebben uitgesloten. Dat volgt uit artikel 6 lid 1 onder a CISG. Die uitsluiting is in beginsel vormvrij. De toepasselijkheid van algemene voorwaarden is in het CISG niet expliciet geregeld. Dat betekent dat gekeken moet worden naar de bepalingen in het CISG over aanbod en aanvaarding (artikel 14 e.v.). Het aanbod dat aan Annicett is gedaan moet onder meer voldoende bepaald zijn (art. 14 CISG).
Annicett heeft aangevoerd dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn omdat zij daar niet op is gewezen en zij de algemene voorwaarden ook nimmer heeft ontvangen. CSC voert daartegen aan dat in haar standaard e-mailhandtekening staat dat op alle overeenkomsten haar algemene voorwaarden van toepassing zijn – dus ook in de e-mails met de offertes. Ook staat in die handtekening waar die algemene voorwaarden te vinden zijn.
CSC beschikt niet meer over alle e-mails, en Annicett heeft deze maar deels overgelegd, waarbij bij een aantal prints de handtekening lijkt te zijn weggevallen. Uit de stukken volgt wel dat de door CSC bedoelde e-mailhandtekening in (andere) correspondentie is gebruikt. Verder hebben partijen eerder zaken gedaan en is Annicett daarbij al gewezen op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, zowel in de e-mailcorrespondentie als in de facturen. Die verwijzing naar de algemene voorwaarden is gedaan in het Engels, en daarbij stond ook een link naar die algemene voorwaarden. Bedoelde correspondentie dateert bovendien van vóór het aangaan van de overeenkomsten waar dit geschil op ziet (bijvoorbeeld 13 september 2023, productie 4 bij de dagvaarding). Daaruit volgt dat het aanbod van CSC (verkoop waarbij haar algemene voorwaarden van toepassing zijn) voldoende bepaald is geweest. Met haar bestellingen heeft Annicett daarom de algemene voorwaarden geaccepteerd. Dat betekent dat toepasselijkheid van het CISG is uitgesloten, zodat voor de beoordeling van de vorderingen van Annicett gekeken moet worden naar Nederlands recht.
Factuur 4 (extra kosten)
Annicett stelt dat zij niet verplicht was om factuur 4 te betalen en dat zij dat onder druk heeft gedaan. Annicett vordert daarom terugbetaling van dit bedrag. Deze vordering wordt afgewezen. Uit de e-mail van Annicett van 6 juni 2024 volgt dat zij instemt met betaling. In het mailbericht schrijft Annicett immers ‘we are willing to pay’. Dat zij door CSC onder druk is gezet om te betalen, door Annicett ter zitting aangeduid als ‘chantage’, is niet gebleken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verschuldigdheid en betaling van voornoemd bedrag. Terugbetaling is dan ook niet aan de orde.
Bestelling 2
Annicett vordert terugbetaling van € 20.040,00, het bedrag dat is betaald voor bestelling 2. Daartoe stelt zij dat sprake is van een tekortkoming omdat CSC de bestelling niet heeft uitgevoerd, maar wel het betaalde bedrag heeft behouden. Annicett stelt dat zij de overeenkomst daarom mocht ontbinden (artikel 6:265 Burgerlijke Wetboek (BW)). Om een overeenkomst te kunnen ontbinden moet allereerst sprake te zijn van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis. CSC betwist dat daarvan sprake is en voert aan dat bestelling 2 al sinds juni 2024 klaarligt om opgehaald te worden. In het licht van die gemotiveerde betwisting door CSC is niet komen vast te staan dat sprake is van een tekortkoming. Dat betekent dat niet wordt toegekomen aan de ontbinding van de overeenkomst, zodat deze vordering moet worden afgewezen.
Rente over het bedrag van bestelling 3
Annicett vordert wettelijke handelsrente over het bedrag van € 30.010,00 dat inmiddels door CSC aan Annicett is terugbetaald. Annicett stelt in de dagvaarding dat die rente verschuldigd is geworden vanaf het eerste verzoek tot terugbetaling. Zij houdt daarvoor als ingangsdatum 1 april 2024 aan.
Op zichzelf is niet in geschil dat rente verschuldigd is. Annicett heeft echter niet toegelicht waarom zij daarvoor als ingangsdatum 1 april 2024 aanhoudt. De bestelling is op 2 april 2024 geannuleerd en Annicett heeft ter zitting in haar producties niet kunnen aanwijzen op welk moment zij eerder dan 25 maart 2025 heeft verzocht om terugbetaling van voornoemd bedrag. De wettelijke handelsrente is daarom verschuldigd vanaf 25 maart 2025 tot 3 september 2025, het moment waarop terugbetaling heeft plaatsgevonden.
Anders dan CSC aanvoert moet hier wel worden uitgegaan van de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW, en niet van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, nu duidelijk is dat tussen partijen sprake was van een handelsovereenkomst.
Het beroep op de klachtplicht van CSC slaagt niet, nu hier geen sprake was van een gebrekkige prestatie (betaling), maar van het geheel uitblijven daarvan.
Buitengerechtelijke incassokosten
De buitengerechtelijke incassokosten komen gedeeltelijk voor toewijzing in aanmerking. Nu vaststaat dat CSC ten onrechte niet eerder dan na sommatie tot terugbetaling van het bedrag van € 30.010,00 over is gegaan staat vast dat Annicett buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht. De daarvoor toewijsbare buitengerechtelijke kosten bedragen € 1.075,10.
Beroep op verrekening
CSC heeft nog een beroep op verrekening gedaan met de door haar gemaakte kosten voor de opslag van bestelling 2. Dit beroep op verrekening slaag niet omdat de opslagkosten niet zijn onderbouwd en bovendien onduidelijk is of de e-mail van 11 juni 2024 ziet op bestelling 2.
Conclusie en proceskosten
Voor wat betreft de proceskosten geldt het volgende. Van het ten onrechte starten van een procedure, zoals CSC heeft bepleit is geen sprake, nu na dagvaarding betaling van het bedrag van € 30.010,00 heeft plaatsgevonden. Voor een veroordeling van Annicett in de daadwerkelijke proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding.
Wel is gebleken dat de gemachtigde van Annicett het er onder valse voorwendselen toe heeft geleid dat de mondelinge behandeling is uitgesteld. De rechtbank rekent dit de gemachtigde ernstig aan en CSC heeft terecht aangevoerd dat zij hierdoor extra tijd en kosten aan de zaak heeft moeten besteden. Daar komt nog bij dat uiteindelijk slechts een klein deel van de (verminderde) vordering wordt toegewezen. In deze omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De rechtbank
veroordeelt CSC tot betaling aan Annicett van de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het bedrag van € 30.010,00 vanaf 25 maart 2025 tot 3 september 2025,
veroordeelt CSC tot betaling aan Annicett van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.075,10,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Higler-Huisman en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.