Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Amsterdam, 17 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10455Zaaknummer 12048962 \ CV EXPL 26-418
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 juli 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12048962 \ CV EXPL 26-418
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Inruil auto. Afspraak over keuring en eventuele herstelkosten niet vast komen te staan. Gestelde gebreken en kosten daarvan niet duidelijk geworden. Veroordeling tot betaling prijsverschil.
6 De beslissing
De kantonrechter
In conventie
veroordeelt Carway om aan Disyn te betalen een bedrag van € 8.785,17, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 7.366,08, met ingang van 28 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Carway om aan Disyn te betalen een bedrag van € 770,45 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt Carway in de proceskosten van € 1.545,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
In reconventie
wijst de vordering van Carway af,
veroordeelt Carway in de proceskosten van € 360,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
Zowel in conventie als in reconventie
veroordeelt Carway tot betaling van de kosten van betekening als Carway niet tijdig aan de proceskostenveroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.1., 6.2., 6.3., 6.5. en 6.6. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Higler-Huisman en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12048962 \ CV EXPL 26-418
Vonnis van 17 juli 2026
in de zaak van
Disyn IT B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Disyn,
gemachtigde: [gemachtigde 1] (LAVG Gerechtsdeurwaarders, Groningen),
tegen
CARWAY HQ B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: Carway,
gemachtigde: [gemachtigde 2].
1 De zaak in het kort
Disyn heeft een Cadillac aangeschaft bij Carway en heeft daarbij een Mercedes ingeruild. De Cadillac had een lagere aanschafwaarde (€ 81.090,92) dan de overeengekomen inruilwaarde van de Mercedes (€ 89,000,00). Disyn vordert betaling van het prijsverschil (€ 7.909,08). Carway wil dit prijsverschil echter niet betalen, want zij stelt dat is afgesproken dat de Mercedes die zij heeft ingekocht, eerst gekeurd zou worden en dat herstelkosten van eventuele gebreken voor rekening van Disyn zouden komen. Carway vordert in reconventie betaling van het bedrag dat na verrekening nog openstaat aan herstelkosten. De kantonrechter volgt Carway daarin niet: de afspraak over de keuring en herstelkosten komt niet vast te staan. Ook is niet duidelijk geworden wat volgens Carway de gebreken waren en evenmin wat de herstelkosten daarvan waren. De vordering van Disyn wordt toegewezen; de vordering van Carway wordt afgewezen.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 31 december 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties,
- het tussenvonnis van 27 februari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- de mondelinge behandeling van 22 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3 De feiten
Disyn exploiteert een onderneming op het gebied van informatietechnologie.
Carway is een onderneming die zich richt op de in- en verkoop van nieuwe en gebruikte voertuigen en de import en export daarvan.
Disyn heeft op 16 november 2024 bij Carway een Cadillac Escalade (hierna: de Cadillac) aangeschaft voor € 81.090,92. Daarbij heeft zij een Mercedes-Benz S63 AMG (hierna: de Mercedes) ingeruild. De overeengekomen inruilwaarde van de Mercedes bedroeg € 89.000,00.
Disyn heeft zowel de Mercedes als de Cadillac middels een financial leaseconstructie aangeschaft. Partijen zijn in dit kader overeengekomen dat de tenaamstelling van de Mercedes zou plaatsvinden zodra het bedrag dat bij de leasemaatschappij nog openstond, voor de Mercedes was afgelost.
Op 3 december 2024 heeft Disyn Carway als volgt bericht:
“Ik heb inmiddels bevestiging ontvangen dat het inlossaldo van € 81.090,92 is voldaan. In deze e-mail voeg ik de OTT-code bij zodat de auto kan worden overgezet.
Daarnaast wil ik je eraan herinneren dat er nog een openstaand bedrag van € 7.909,08 overgemaakt dient te worden. Graag dit bedrag uiterlijk maandag 9 december 2024 overmaken (…)”
Per e-mail van 11 december 2024 heeft Disyn Carway nogmaals verzocht om het bedrag van € 7.909,08 binnen twee werkdagen te voldoen.
Per brief van 12 december 2024 heeft Carway als volgt op de e-mails van Disyn gereageerd:
“Hiermede refereren wij aan Uw e-mails d.d. 3 en 11 december 2024.
De reden waarom het saldo van € 7.909,08 door Carway HQ B.V. niet aan U is voldaan is gelegen in het volgende. De door U ingeruilde auto (…) blijkt meerdere verborgen gebreken te hebben. Met ander woorden er is hier sprake van non-conformiteit. Non-conformiteit betekent dat een zaak niet de eigenschappen heeft die van de zaak mochten worden verwacht op grond van de koopovereenkomst.
Bijgaand zenden wij U een aan ons gerichte prijsopgave d.d. 10 december 2024 (…) waarin deze verborgen gebreken worden opgesomd). Wij verzoeken U, voor zover nodig sommeren wij U, aan ons over te maken een bedrag als volgt gespecificeerd:
Aan U door te berekenen kosten wegens non-conformiteit inruilauto € 11.140,60
Uw saldo € 7.909,08
Door U aan Carway HQ B.V. te voldoen € 3.231,52
Wij verzoeken u het aan ons toekomende bedrag (…) per omgaande te voldoen (…)”
Bij het bericht van 12 december 2024 van Carway zat een prijsopgave van Hedin Automotive (verder: Hedin) voor een bedrag van € 11.140,60.
Disyn heeft in een brief van 13 december 2024 het standpunt ingenomen dat Carway de auto zonder enig voorbehoud heeft geaccepteerd en dat tijdens het onderhoud dat eerder aan de auto was uitgevoerd, geen gebreken zijn geconstateerd.
Partijen hebben in december 2024 en januari 2025 nog verder gecorrespondeerd en Disyn heeft op 10 januari 2025 een sommatie-exploot aan Carway laten uitbrengen. De correspondentie tussen partijen heeft niet tot betaling, een gesprek tussen partijen of oplossing van het geschil geleid.
4 Het geschil
Disyn vordert in conventie om Carway, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, te veroordelen tot betaling van € 7.909,08, vermeerderd met € 876,09 aan wettelijke handelsrente tot 28 oktober 2025, de wettelijke handelsrente vanaf 28 oktober 2025 over € 7.366,08 en de buitengerechtelijke kosten van € 770,45, met veroordeling van Carway in de kosten van de procedure.
Disyn legt aan de vordering ten grondslag dat Carway de overeenkomst tussen partijen moet nakomen. Afgesproken is dat de inruilwaarde van de Mercedes € 89.000,00 bedraagt, terwijl de aanschafwaarde van de Cadillac € 81.090,92 was. Disyn zou het prijsverschil dan ook van Carway zou moeten ontvangen, aldus Disyn.
Carway voert verweer dat strekt tot niet-ontvankelijkheid van Disyn, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Disyn, met veroordeling van Disyn in de kosten van deze procedure. Daartoe voert Carway aan dat de overeenkomst is aangaan onder voorbehoud van een aankoopkeuring van de Mercedes. Carway behield zich aansluitend op die keuring het recht voor om af te zien van de inruil bij ernstige gebreken of om de ruil alsnog te effectueren, maar de herstelkosten in mindering te brengen op de inruilwaarde. Met die voorwaarde is Disyn uitdrukkelijk akkoord gegaan. Uit het rapport van de aankoopkeuring van Hedin is gebleken dat er bij de Mercedes sprake was van ernstige verborgen gebreken en achterstallig onderhoud. De kosten voor het herstel daarvan, € 11.140,60 inclusief btw, heeft Carway conform de afspraak verrekend met de inruilwaarde van de Mercedes. Carway doet daarnaast een beroep op de klachtplicht van artikel 6:89 Burgerlijk Wetboek (BW). Zij stelt daartoe dat Disyn IT geen serieuze klachten heeft geuit tegen het rapport van Hedin, waardoor het recht om nakoming te vorderen, is vervallen. Ook heeft Disyn haar recht op nakoming verwerkt, omdat zij niet tijdig heeft geklaagd, aldus (steeds) Carway.
Carway vordert in reconventie betaling van € 3.231,52, het bedrag waarvan zij stelt dat zij dat, na verrekening van de herstelkosten met de inruilwaarde van de Mercedes, nog tegoed heeft van Disyn.
Disyn voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vordering in reconventie. Carway heeft de Mercedes, die dealer-onderhouden was, zonder enig voorbehoud geaccepteerd. Van een gemaakte afspraak over een aankoopkeuring en het verrekenen van herstelkosten is geen sprake. De gebreken en herstelkosten zijn met de prijsopgave van Hedin bovendien niet voldoende onderbouwd, aldus Disyn.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5 De beoordeling
In conventie
Partijen twisten over wat zij met betrekking tot de aan- en verkoop van de Cadillac en Mercedes overeengekomen zijn. Vaststaat dat partijen voor de Mercedes een inruilwaarde van € 89.000,00 zijn overeengekomen en dat de Disyn de Cadillac heeft aangeschaft voor € 81.090,92. De vraag is of partijen daarbij hebben afgesproken dat de Mercedes aan een aankoopkeuring zou worden onderworpen en dat de herstelkosten van eventueel bij die keuring geconstateerde gebreken voor rekening van Disyn zouden komen (hierna: de afspraak).
Carway beroept zich op de door haar gestelde afspraak, die mondeling zou zijn gemaakt. Carway heeft deze stelling, in het licht van de gemotiveerde betwisting door Disyn, echter onvoldoende gemotiveerd. Bij dit oordeel wordt betrokken dat de volgens Carway gemaakte afspraak op geen enkele manier naar voren komt in de correspondentie tussen partijen. In de brief van 12 december 2024, waarin Carway toelicht waarom zij het prijsverschil niet aan Disyn wil betalen, doet Carway juist uitdrukkelijk een beroep op ‘non-conformiteit’ en wordt de gestelde afspraak niet benoemd. Als de door Carway gestelde afspraak echt was gemaakt, had het voor de hand gelegen dat Carway Disyn daar in deze brief aan had herinnerd. Carway heeft haar standpunt op dit punt ook onvoldoende onderbouwd om tot bewijslevering te worden toegelaten.
Ook overigens zou niet zijn toegekomen aan bewijslevering. Dat komt omdat de vordering ook zou zijn afgewezen als de afspraak wél was komen vast te staan. Carway heeft namelijk enkel een prijsopgave van Hedin overgelegd, maar daaruit blijkt niet welke gebreken er volgens Carway aan de Mercedes kleefden en op welk punt sprake was van achterstallig onderhoud. Bovendien gaat het niet om een factuur van uitgevoerde werkzaamheden, maar slechts om een prijsopgave, en staan daar ook posten in die onder regulier onderhoud of gewone slijtage zouden kunnen vallen. Dat sprake was van gebreken aan de Mercedes is dan ook (eveneens) onvoldoende onderbouwd.
Klachtplicht en rechtsverwerking
Carway stelt dat Disyn te laat heeft geklaagd door geen serieuze bezwaren tegen de prijsopgave van Hedin te uiten en dat daardoor haar vorderingsrecht is komen te vervallen. Disyn diende echter te klagen over het onbetaald blijven van het bedrag van € 7.909,08, en niet over het rapport van Hedin. Over het uitblijven van de betaling heeft Disyn zowel in december 2024 als in januari 2025 geklaagd. Gezien de factuurdatum (16 november 2024) heeft Disyn daarmee binnen bekwame tijd, en dus tijdig, geklaagd. Overigens blijkt uit de stukken dat Disyn (indirect) óók bezwaren heeft geuit tegen de prijsopgave van Hedin. Dat volgt uit de brief van 13 december 2024 waarin Disyn stelt dat de auto volledig dealer-onderhouden was en dat tijdens het onderhoud geen gebreken zijn geconstateerd of genoteerd. Het beroep op de klachtplicht slaagt derhalve niet. Ook van rechtsverwerking is geen sprake. Toegegeven kan worden dat het na het laatste bericht van 13 januari 2025 langere tijd stil is geweest, namelijk tot het uitbrengen van de dagvaarding in deze zaak op 31 december 2025, maar voor een geslaagd beroep op rechtsverwerking is enkel stilzitten onvoldoende. Andere feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat sprake is van rechtsverwerking zijn niet gesteld.
Conclusie in conventie
De conclusie van het voorgaande is dat de vordering van Disyn om Carway te veroordelen tot betaling van € 7.909,08 zal worden toegewezen. Nu Carway niet tijdig tot betaling is overgegaan, is ook de wettelijke handelsrente toewijsbaar zoals gevorderd.
Disyn vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Die vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Disyn heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Disyn heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 770,45 worden toegewezen.
Carway is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Carway worden begroot op:
| - salaris gemachtigde - explootkosten - griffierecht | € € € | 720,00 122,35 559,00 | (2 punten × € 360,00) |
| - nakosten | € | 144,00 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 1.545,35 |
In reconventie
Hetgeen bij de vordering in conventie is overwogen, heeft tot gevolg dat de vordering in reconventie moet worden afgewezen. Aan die vordering liggen immers dezelfde gestelde afspraak, gebreken en kosten ten grondslag en die zijn niet komen vast te staan.
Carway is in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Disyn worden begroot op:
| - salaris gemachtigde | € | 360,00 | (2 punten × factor 0,5 × € 360,00) |
| Totaal | € | 360,00 |
6 De beslissing
De kantonrechter
In conventie
veroordeelt Carway om aan Disyn te betalen een bedrag van € 8.785,17, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 7.366,08, met ingang van 28 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Carway om aan Disyn te betalen een bedrag van € 770,45 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt Carway in de proceskosten van € 1.545,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
In reconventie
wijst de vordering van Carway af,
veroordeelt Carway in de proceskosten van € 360,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
Zowel in conventie als in reconventie
veroordeelt Carway tot betaling van de kosten van betekening als Carway niet tijdig aan de proceskostenveroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.1., 6.2., 6.3., 6.5. en 6.6. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Higler-Huisman en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.