Uitspraak · Europees strafrecht
Rechtbank Amsterdam, 15 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10185Zaaknummer 13-204619-26
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 13-204619-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vervolgings-EAB Duitsland. Overlevering toegestaan.
8 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Kassel District Court (Amtsgericht Kassel), Duitsland, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door:
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. B.M. Vroom-Cramer en E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.L. Kole, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 oktober 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-204619-26
Datum uitspraak: 15 oktober 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 7 augustus 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_b520ef53-9762-4f67-8bf2-a0dae02855ab]
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 juni 2026 door the Kassel District Court (Amtsgericht Kassel), Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit), en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [opgeëiste persoon] 2000 in [geboorteplaats] (Gazastrook Westelijke Jordaanoever),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieplaats],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 oktober 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Arabische (Palestijnse) taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[_bd1e3987-19a0-4188-83dd-7bddc36a139a]
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij van Palestijnse afkomst is.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van Amtsgericht Kassel [Kassel District Court] van 6 mei 2026 met kenmerk No. 4725 Js 35658/25 — 201 Gs 4675/25.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.[_a5b1d291-4131-48df-b478-642bcde120b6]
4 Genoegzaamheid
De raadsvrouw heeft vanuit het oogpunt van bescherming van het specialiteitsbeginsel verzocht om de overlevering slechts toe te staan voor het feit zoals dat omschreven is in onderdeel e) van het originele, Duitstalige EAB van 10 juni 2026, zoals dat is vertaald in de beëdigde Engelse vertaling van 17 augustus 2026. Hetgeen ten aanzien van de feitomschrijving staat vermeld in de Engelse vertaling van 6 augustus 2026 dient buiten beschouwing te worden gelaten.
Naar aanleiding van dit verzoek bevestigt de rechtbank dat zij uitgaat van het EAB zoals dat is vertaald op 17 augustus 2026 met de daarin weergegeven vertaling in de Engelse taal van de feitomschrijving in onderdeel e) van het EAB. De rechtbank volstaat met deze overweging en ziet, anders dan de raadsvrouw heeft bepleit, geen aanleiding om een en ander ook nog te vermelden in het dictum van deze uitspraak.
5 Strafbaarheid
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit aangewezen als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
verkrachting.
Uit het EAB volgt dat voor dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd.
Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
6 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.
7. Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.
8 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Kassel District Court (Amtsgericht Kassel), Duitsland, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door:
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. B.M. Vroom-Cramer en E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.L. Kole, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 oktober 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Voetnoten
- Zie artikel 23 OLW.
- Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
- Zie onderdeel e) van het EAB.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.